Anaal nueken neukende homo

anaal nueken neukende homo

Maar uw zoon en zijn vriend je zijn wel heel erg jong om seks te hebben. Het zijn nog geen pubers, zegt u. Het zijn dus nog kinderen. Dan zijn ze niet te jong om verliefd te zijn.

Dat kan heel goed, ook op deze leeftijd. Ook vind ik ze niet te jong om al zeker te weten dat ze homoseksuele gevoelens hebben. Ook dat kan op deze leeftijd. Maar net als bij heteroseksuele kinderen van 11 en 12 jaar zou ik ook tegen uw zoon zeggen dat hij nog echt te jong is om seks te hebben. Als je verliefd bent op deze leeftijd, begin je met andere dingen dan wat uw zoon nu doet. De seksuele ontwikkeling van jongeren ziet er op dit moment ongeveer als volgt uit gemiddelde leeftijden op basis van het grote onderzoek Seks onder je 25e uit Uit ander onderzoek weten we dat de seksuele carrière van homopubers niet eerder — en vaak zelfs nog iets later — plaatsvindt.

Wat de onderzoeken ook zeggen, is dat je met 11 à 12 jaar nog te jong bent voor 'echte seks'. Je bent er vaak emotioneel nog niet aan toe en soms kun je daar later ook spijt van krijgen. U zou trouwens nog eens moet checken of de dingen die ze nu doen echt uit vrije wil zijn gebeurd.

Druk ze in ieder geval op het hart dat het altijd belangrijk is om alleen iets te doen als je het zelf wilt, niet alleen nu maar ook later, omdat je er anders echt last van gaat krijgen. Dit staat nog even los van wat u nog meer moet gaan zeggen, namelijk dat het wel moet stoppen. U vertelde dat ze nog niet aan het puberen zijn. Wat ik dan voor me zie, zijn twee jonge jongetjes die met elkaar aan het experimenteren zijn misschien naar aanleiding van dingen die ze gehoord of gezien hebben op internet en die bezig zijn een aantal fases over te slaan.

Dat is niet goed. Ik zou beide kinderen dus ernstig toespreken, en zeggen dat u niet meer wil dat ze dit met elkaar doen. Niet dat u de verliefdheid verbiedt maar wel wat ze op seksueel gebied met elkaar doen. Daar vindt u ze gewoonweg nog te jong voor. Leg ook uit dat als je verliefd bent, je echt niet altijd meteen seks hebt met elkaar en dat het soms juist heel spannend is om daarmee te wachten. Er zijn heel wat andere dingen die ze kunnen doen. Het feit dat het om twee jongens gaat is onbelangrijk.

U zou dit toch ook zeggen als u had gezien dat uw zoon het met een meisje van 11 gedaan had? Door dit tegen ze te zeggen, valt u uw zoon niet af. U kunt nog steeds achter hem staan door zijn verliefdheid en homoseksuele gevoelens te respecteren.

Nee, daar moet hij echt nog even mee wachten. Zij heeft ook een eigen praktijk. Daarnaast is zij ook op andere fronten actief. Dit was nodig, want' Na het verschijnen in van Le Parnasse Satyrique —de laatste van de priapeeënbundels—zal Garassus op zijn beurt pas goed uit zijn slof schieten: Wanneer wij nu met onze twintigste-eeuwse mentaliteit de Parnasse Satyrique lezen, kunnen wij moeilijk begrijpen dat deze gedichten zulk een storm van verontwaardiging deden ontstaan.

Een vervelend gedicht van Mellin de Saint Gelais bijvoorbeeld, dat in het proces tegen Viau als een bezwarend stuk door de procureur Molé werd aangevoerd, kunnen wij slechts met veel inspanning doorworstelen: Sint Augustinus die een vrouwe voorlicht, zegt dat in liefde de ziel van onze ziel ligt.

Een eindeloze reeks heiligen komt dan, ieder op zijn manier, het aardse leven en de aardse liefde verheerlijken, niet eens zo heel erg 'realistisch'. Het gedicht eindigt met dit slotakkoord: Waar heiligen de liefde saam bedreven, is er voor ons—dunkt mij—geen beter streven. Théophile heeft echter de meeste van de aan hem toegewezen gedichten niet als zijn geesteskinderen willen erkennen. Hij verwierp openlijk de hele Parnasse Satyrique en deze bekeerde protestant werd op slag devoot als een non.

Pater Garassus moest echter zijn huid hebben; hij was immers de beschermeling van heel wat invloedrijke heren uit parlement en universiteit. In werd onder de roos zelfs een nieuwe druk verspreid van Le Parnasse Satyrique die, zoals de drie herdrukken van , waarschijnlijk door vijanden van Théophile in omloop werden gebracht. In de negentiende eeuw vond de herdruk van nog steeds geen genade: Anno is in het Frankrijk van de Gaulle het in de handel brengen van dezelfde onschuldige versjes al even ondenkbaar.

Garassus kreeg zijn zin: Frénicle, Golletet, Berthelot en Théophile. Men kreeg helaas geen enkele van de beschuldigden te pakken, Berthelot was reeds dood sinds ! Bij verstek van mensenvlees werd daarop een pop openbaar verbrand.

Nadien werd hij toch bij de lurven gevat en een tweede proces Théophile de Viau werd in geopend. Deze keer zat de beschuldigde wél op het bankje. Het proces borrelde thans vooral duidelijk buiten de priapeeën alleen. Théophile verbranden was —symbolisch—atheïsme, libertinage en de vrije gedachte uitroeien. Daarbij werd het een politiek proces van de jezuïeten tégen de universiteit, tégen het parlement en zelfs tégen Lodewijk XIII die nog steeds een hand boven het hoofd van de zondaar hield.

Het is dan ook dankzij deze uitzonderlijke toestand, dat Théophile de vuurdans ontsprong: Hij stierf een jaar later. De weerslag van dit proces was ongemeen groot. Pamfletten, gedichten en polemieken overstroomden Parijs. Zelfs het gewone volk was in het proces geïnteresseerd: Pierre Lachèvre heeft in een meer dan merkwaardig werk al de stukken die betrekking hebben op het proces bijeengebracht.

Het levenswerk van deze erudiet—een twaalftal boekpublikaties—is de bron waaruit alle literatuurspecialisten van de zeventiende eeuw putten.

Zijn Le libertinage devant le Parlement de Paris , dat nochtans slechts bestaat uit de publikatie van dossierstukken, is uitermate boeiend. Ik geloof niet, dat er ooit een literair proces zoveel hartstochten heeft losgeslagen of zoveel inkt heeft doen vloeien. Met de nodige reserve dacht ik bij de lectuur van de twee dikke turven van Lachèvre telkens aan het proces tegen Oscar Wilde. Door het proces was de invloed van Théophile op de volgende generatie veel groter dan verantwoord.

Zonder Garassus, Mersennus en de procureur-generaal Molé was hij waarschijnlijk een totaal vergeten figuur geworden, want alléén het proces en niet zijn filosofie of zijn literair talent heeft hem beroemd gemaakt.

Van tot zullen zijn werken zeventig uitgaven beleven; behoorlijk verminkt trouwens, opdat de Franse maagden niet zouden blozen. Ondanks de gedeeltelijke mislukking van dit proces—in de ogen van Garassus geheel—blijft toch onbetwistbaar de belangrijkste datum in de geschiedenis van de Westeuropese censuur en de onderdrukking van de libertinage in Frankrijk. Ten eerste is dit proces aanleiding geweest tot het stichten van de 'Compagnie du Saint-Sacrement', een vereniging van geestelijke en niet-geestelijke zieledrijvers, die meer dan een halve eeuw een onderhandse maar hardnekkige strijd zou voeren tegen de obscene literatuur, dit om huis en hof te verdedigen in de geest van de Goede Zeden.

De parallel met de hedendaagse 'Vice Society' een machtig genootschap tot beteugeling der zonde en het stimuleren van de openbare zedelijkheid in Amerika of de identieke r. Volkwartbund in West-Duitsland is treffend.

Voor meer details verwijs ik naar het voortreffelijke De lagere hartstochten van Jacques den Haan. De resultaten van deze met wijwater gewassen strijders bleven niet uit: Hoe fameus het Bordel des Muse s van Claude Le Petit ook was, het werd toch pas 6 jaar na zijn dood in het buitenland gedrukt.

Samen met zijn Paris ridicule was het desondanks een van de Parijse successen, alhoewel uitsluitend in handschrift verspreid en onder de roos.

Waarschijnlijk was de auteur wel vrij algemeen bekend. Bij de jezuïeten had hij zeker kwaad bloed gezet door over hen te schrijven: Waarom toch staan zij zelfvoldaan als Pedagogen in het leven, die kleine kindren naaien gaan? Waarop Claude Le Petit alle voor de hand liggende antwoorden —politiek, godsdienst, hoogmoed, geld,—afwijst om te besluiten: Wat men ook zegt, ik blijf erbij  —en dat zeg ik niet zonder grond—  't is pure peder'asterij!

Wat hen misschien nog meer getroffen heeft dan: Als niet de pij de monnik maakt,  maakt ook het kwaad de zondaar niet. In het goed én in het kwaad  altijd schaadt de overdaad: Enkele gedichten in Claudes handschrift vielen in echter in handen van propagandisten van de 'Compagnie du Saint Sacrement': CGlaudes billen waren gebakken. Op 1 september lezen wij in het dagboek van zijn vriend Francois Colletet: Hij werd verbrand omdat hij het boek Le Bordel des Muses gemaakt had, alsook L'Apologie de Chausson , Le Moyne Renié en andere opstellen in vers en proza vol smaad en blasfemie voor de eer van God, de Maagd en de Staat had geschreven.

Hij was 23 jaar en werd betreurd door de eerlijke lui, wegens zijn intelligentie die hij had moeten aanwenden voor het schrijven van waardiger dingen. Maar zoals ik reeds opmerkte, niet alleen de brandstapels rookten: Zij kregen geen privileges meer. Drukten zij toch in Leiden bv. Ofwel werd rond hun werk een muur van stilzwijgen opgetrokken ofwel werd het zodanig verminkt, dat het voor de goede zeden—en de vrije gedachte!

Wanneer wij de geestesprodukten van enkele bekende libertijnen onder de loep nemen, wordt dit vrij vlug duidelijk: Deze gebochelde atheïst—die het overigens tot aalmoezenier van de koning zou brengen!

Baron de Blot rond Zijn verzen werden pas in door Lachèvre voor het eerst gedrukt. Rond de helft van de zeventiende eeuw hadden versjes van hem als: Heren, hoor nog dit woord  voor ik mijn stem ga doven: Gyrano de Bergerac Deze eerste druk—en de volgende dertien drukken— werd bovendien ingrijpend van alle niet-orthodoxe uitlatingen gezuiverd.

Jean Dehénault ± ? Het boek bleef onverkocht. Madame Deshoulières Hij schreef heel wat meer. Zijn blasfemische, atheïstische houding was algemeen bekend. Het prototype was echter wel Le président Maynard Na de priapeeën die hij in de belangrijkste priapeeën-bundels had laten verschijnen, was het na het Viau-proces bij hem als priapeeënschrijver: Louis Perceau heeft in de twintigste eeuw zijn belangrijkste priapeeën voor het eerst gedrukt. Zij voelden bovendien de onmacht om tegen de berg van misverstand en onverdraagzaamheid op te tornen.

Maynard heeft na zelfs toenadering en hulp gezocht bij Garassus—dit althans wordt door Perceau vooropgesteld. Ik kan hem niet verwijten, dat hij zijn hachje niet gewaagd heeft om openlijk op het forum zijn denkbeelden te gaan uitventen. In zijn onmiddellijke omgeving heeft hij beslist de ware broeders wakker gehouden; de geesten die met zijn vruchtbare, 'besmettelijke' denkbeelden in aanraking kwamen, zullen aan hun lot niet ontsnapt zijn.

Hij spreekt ons daarvoor ook nu nog te sterk aan. Hij is een verdediger van het individualisme, met daarbij een haast modern gevoel voor de betrekkelijkheid van alle dingen.

Maynard weet afstand te nemen van zijn onderwerp, zoals hij afstand weet te nemen van de kerk, van de heersende moraal. Hij is een tijdgenoot. Zijn verzen zijn misschien niet zo zwierig als die van Ronsard; zijn niet zo af, klassiek als die van Malherbe, maar achter de woorden gaat een vent schuil, die bv. Met een glimlach op de lippen kijkt hij neer op kleinmenselijke hypocrisie: Ik hoor al hoe de geestelijkheid die heel ons leven censureert verklaart dat ik geperverteerd mijn verzen schrijf vol schaamt'loosheid.

Mijn vers randt eer en kuisheid aan, dus roept men dat het Vaticaan  mij met zijn banvloek treffen moet. Ik lach erom en zeg slechts dit: En met een grote dosis humor, zonder woordsadist te worden, spuit hij zijn scabreuze woordenschat om de hypocriete haren te berge te doen rijzen, net zoals in onze literatuur L. Boon in zijn De Kapellekensbaan spottende bladzijden op het thema 'kloten' heeft geborduurd.

Zij voelden zich geruggesteund door een behoorlijke dosis eruditie, achtten zich boven het vulgaire verheven en ontmoetten elkaar onder leiding van Gassendi bij de gebroeders Dupuy. Zij cultiveerden er de geest van Montaigne en Charron. Zij aanvaardden de staatsgodsdienst en -wetten. Zij onderwierpen zich—zij het met ironische monkeling—aan de wetten van de censuur.

Het proces van Viau had hun de schrik om het hart doen slaan. Zij traden niet, als hun opvolgers uit de achttiende eeuw, actief op.

Hun betekenis als fakkeldrager van de vrije gedachte is echter onbetwistbaar. Het is geen toeval, dat vanaf , het jaar van de jacht op de priapeeëndichters, het autoritaire regime zich in Frankrijk heeft gevestigd.

Jacques den Haan, in zijn reeds geciteerd werk, heeft duidelijk de banden aangetoond tussen censuur, seksualiteit, kerk en fascisme. Tot slot haal ik de Kronhausens aan in hun eveneens reeds geciteerd werk: Inderdaad ligt de gedachte, dat bepaalde woorden slecht of gevaarlijk zijn, dat zij eenvoudig niet kunnen of mogen gebruikt worden, ten grondslag aan heel wat pogingen om de vrije uiting te beperken, niet alleen van woorden, maar ook van denkbeelden in woord en geschrift. In verband met de priapeeën heb ik tot nog toe steeds over 'erotisch-realisme' gesproken.

De Kronhausens zetten erotisch-realisme naast pornografie. Ik verwijs naar hun boek voor een nauwkeurige omschrijving van deze termen.

In afwachting van een nog nauwkeuriger begripsbepaling, dienen wij, meen ik, hun termen te aanvaarden en algemeen te gebruiken bij de beoordeling van literair werk waar Priapus in rondscharrelt. In de volgende bladzijden wil ik de belangrijkste onderwerpen bespreken die de zeventiende-eeuwse dichters in hun priapeeën betrokken hebben.

Dit thematologisch onderzoek is doel op zichzelf. Ik ontrafel deze gedichten dus niet om te bewijzen dat zij geen pornografie zijn. Voor mij zijn—de meeste althans— dit niet. Het kan me trouwens niet schelen of Jan Publiek de priapeeën toch als pornografie wil doodverven. Ik zal de lectuur ervan daarom niet staken.

Zomin als ik voor wie-dan-ook de lectuur van pornografie zou laten. Ik lees geen pornografie omdat die meestal onbenullig is, vervelend, flauw. Pornografische boeken staan niet in mijn boekenrekken om dezelfde reden waarom Courts-Mahler er geen onderkomen gevonden heeft. Dat is de enige, en m. Priapeeënbundels uit de zeventiende eeuw tref je er wel aan, omdat de priapeeën zoals Maynard zegt, deze kwaliteit tonen: Al wat blank is noem ik blank  en mijn woord maakt vrij en frank  alle bange dwang onveilig.

En dan knijp ik er mijn ogen niet voor toe, dat de auteur niet onder stoelen of banken steekt, dat hij soms een van de zuiver pornografische doelen nastreeft: En leest u in dit boek tezamen eens 'n blad  dan naait u dra daarna tot u bent afgemat,  want deze verzen wulps, zijn lonten in uw kruitvat.

Hebt u vandaag nog niet genaaid  dan geeft dit vers u daarin zin. De pijlers van de pornografie, van de echte obscene literatuur, zoals het defloratie-thema, orgieën, voyeurisme, sadisme, flagellatie en incest ontbreken echter totaal in de zeventiende-eeuwse priapeeën.

De Pléiade-dichters wijzen wel eens op de incestueuze betrekkingen van de goden uit de klassieke oudheid; maar dit dan slechts om de vraag te kunnen stellen, waarom wij stervelingen geen veelvuldig seksueel verkeer mogen hebben mét plezier, als de goden zich niet ontzien met broer, vader of zus naar bed te gaan.

Maar dit heeft niets uitstaande met het beschrijven van de seksuele handelingen zélf. Waarom het incest-thema, zelf anekdotisch, ontbreekt, blijft voor mij een open vraag. Waarschijnlijk kwamen incestueuze verhoudingen bijna niet voor. Alleszins lag de gezinsstructuur geheel anders dan nu.

In het gezin van de hogere en gemiddelde burgerij ging het kind vanaf de geboorte naar een min en indien het in leven bleef kwam het slechts voor enkele jaren terug naar huis om vanaf het tiende levensjaar in de leer te gaan, als hulp uitbesteed te worden, als page dienst te doen etc De relaties tussen de gezinsleden waren daardoor ook anders: Door het hogere sterftecijfer vaak daardoor ook een tweede, derde huwelijk enz Een andere seksuele afwijking, als nekrofilie, heb ik één enkele maal aangetroffen bij Berthelot.

Ik trok mijn lustelaar—'k had lang genoeg gerouwd—  betastte en bestreelde die met kalme slag,  sproeide zoet vocht op het karkas Het gedicht is echter zodanig met zwarte humor vermengd, dat we dit moeilijk als een klinisch geval kunnen voorschotelen.

Ook op de zwangerschap wordt zelden gezinspeeld. Toch lezen wij hier en daar, zoals bij Amadis Jamyn: Elk zegt dat er geen vrouw zo vruchtbaar is als jij  en dat je onder 't hart altijd een kindje draagt. Maar dergelijke voorbeelden zijn vrij schaars. Zij die de priapeeën toch bij de pornografie willen klasseren, zullen hierover bedenkelijk de wenkbrauwen fronsen. In de pornografie wordt nl.

Alhoewel ik dan toch weer Saint-Pavin kan aanhalen, die aanzet tot anale coïtus, want: De jonge rozen van je wangen hernemen dan de felle tint, die je verloor in zwangerschappen. In de allervroegste middeleeuwen was het normaal, dat het voorstel tot het liefdesspel uitging van de vrouw: Kom neem mij toch, gij ridder frank en fier: In de zeventiende eeuw was zoiets—voor de officiële moraal-code—al lang ondenkbaar geworden.

Maar voorschriften dekken niet altijd de realiteit. Dat is dan ook een botje dat de pria-peeënschrijvers met genoegen afkluiven. Deze vorm van hypocrisie is een onderwerp dat alle priapeeënschrijvers aangeroerd hebben.

De hartstocht en drang tot seksueel verkeer, wordt zowel de vrouwen als de mannen aangewreven, niettegenstaande alle uiterlijke schijn van het tegendeel. U zweert dat u aan 't wulps festijn  geen prikkelend plezier beleeft. Ik weet, Pierret, dat u zich geeft  en naaien laat voor 'n flesje wijn. De liefde zet u nooit in brand,  dat zegt u, schone wilde vrouw. O, als uw kruis eens spreken zou  dan zette het uw mond te schand. In de priapeeën duikt telkens weer de bewering op, dat vrouwen nooit te bevredigen zijn, hoe de man zich ook inspant of uitput.

In hoeverre dit overeenkomt met de heimelijke wensen van de mannen, dat de vrouwen even seksueel-geobsedeerd zouden moeten zijn als zijzelf, doet hier niets ter zake. Wel drukt het een opvatting uit die in strijd was met de algemeen gangbare mening, zoals die trouwens door de liefdespoëzie geconsacreerd was.

De priapeeën zijn misschien wel kras van uitdrukking maar één eigenschap hebben zij in elk geval: Wat de cultuurhistorie betreft, zijn zij beslist een ware en waardevolle bron van inlichtingen voor de studie van de seksuele moraal en de seksuele realiteit in de zeventiende eeuw.

Wij kunnen na honderden priapeeën gelezen te hebben ons moeilijk aan de indruk onttrekken dat heel wat uit de Kinseyrapporten niet alleen geldig is ook voor het Europa van de twintigste, maar eveneens voor het Europa van de zeventiende eeuw! Een anoniem dichter uit Le Cabinet Satyrique zegt haast met een spreekwoord: Moet u een klok aan 't lopen hou'en,  bevredigen een jonge vrouwe,  een oud bouwwerk herstellen gaan? U vangt steeds weer van voor af aan. Wie luistert naar vrouw en pastoor  loopt kans dat hij het leven laat,  want d'ene staat onthouding voor  en als ie slaapt is d'ander kwaad.

Sieur de la Porte hekelt de hypocriete houding van de vrouwen die zich afwijzend tonen en de gechoqueerde spelen: Maar nooit, nee nooit bent u bevredigd,  al geeft men honderd maal zijn Lid! Al naait men u ook zeven maal  u vindt het een armzalig maal. De vrouwen eisen dan ook dat het liefdesspel steeds weer opnieuw begint, vertelt Saint-Pavin: Jeanet wou weer van voren af aan  en prikkelde mijn Lid tot staan.

En bij Berthelot vragen de vrouwen of hun voor een of ander vergrijp gestrafte mannen niet gecastreerd hoeven te worden: Opdat zij die niet schuldig zijn  geen zware straf hoeven te dulden. Vele priapeeëndichters menen ook, dat al dat geklets over liefde bij de vrouwen niet in zulke goede aarde valt als wel eens beweerd wordt, of zoals Ghanoine Maucroix dicht: Je komt ze snel in 't kruis,  maar niet zo snel in 't hart. Dit in tegenstelling tot zijn vriend Jean de la Fontaine: Maar, Amarillis, mijn geliefde: Wat Maucroix er niet van weerhoudt de volgende raad aan een onfortuinlijke vriend te geven: Waarom klaag jij toch steen en been dat je in 't heden om je heen de vrouwen steeds verveelder ziet?

Begrijp je niet hoe dat ontstaat? Jij babbelt tegen ze en praat, maar 'n praatje vult hun gaatje niet En dan nog wel, zoals een onbekend dichter door een dame laat zeggen: Ik doe het alle dagen: Waarmee trouwens een zin geciteerd wordt die voor de 'gangbare mening' zeer onthullend is; tot in de achttiende eeuw blijft nl.

Soms wordt het zo erg, dat Guillaume Colletet een sonnet schrijft Sur le desdain, waarin hij zijn tevredenheid uitdrukt dat hij van zijn maitresse verlost is, want: Bij haar had ik—gevangene van 't zoetste spel— het allerzwaarste werk: Mijn Lid hangt lam terneer  —Mevrouw—hij kan niet meer.

Wiens schuld is dat? Meedogenloos van zin  hebt u hem als 'vriendin'  zijn ziel uit laten spuwen! Als een correctie hierop beklaagt een onbekend dichter in Le Parnasse Satyrique zich ook wel eens over frigiditeit: Nog nooit zag ik een vrouw zo koud,  niemand gelooft dit voor hij 't ziet: Nauw in verband hiermee staat natuurlijk de spot met deugd en devotie, twee begrippen die meestal samengaan Viau: Die kwezelige, kwaaie kat: Ronsard maakt zich in een lang gedicht razend kwaad op een oude devote vrouw, die zijn liefje bewerkt om de liefde te ontvluchten en maagd te blijven, want: Hebben de heiligen hun ziel  soms met het liefdesspel gered?

Wijze woorden, die het meisje goed in de oren knoopt, en wel zo dat galante Pierre het volgende moet verduren: Ik nam haar boezem onder handen Toen beet zij met haar scherpe tanden  mijn aangezicht tot bloedens toe! Ik zou nog liever sterven  dan jou toestaan mij te bederven! En ik moet al sinds zeven dagen  de stijfheid van mijn Lid verdragen,  dat zinloos rood, klaar voor de strijd  alleen mijn hemd en wambuis slijt.

Maar honderd duivels wens 'k de preekster  die zó mijn lief verkwezeld heeft! Niet alleen Ronsard neemt de devotie op de korrel; ook Lafontaine verheerlijkt het 'foutre': Voor preken van de zedigheid heeft een heet kruis bepaald geen oren.

Want al uw woorden blijven schijn: Voor Motin is deugdzaamheid één ding, seksualiteit een ander. Als wij zin in seksuele betrekkingen hebben, waarom zouden wij het laten? Ik zeg je hierbij kort en goed  dat jij en ik slechts dingen doen,  die elke vrouw van goed fatsoen  binnenshuis met haar vrienden doet. Als wij de deugd aldus benaderen,  wordt daarmee duidelijk onderschreven  dat wij dit leven slechts beleven  dankzij het naaien onzer vaderen.

Nee, u hebt welgedaan; want hoe men 't keert of draait,  wanneer de wellust wenkt, kan éér ons niet vermaken. Ontvliedt dus eer en deugd, het zijn perverse zaken  zodra het zingenot zijn hitte in ons zaait.

Régnier zegt ditzelfde aldus: Naai dan toch liefjes, naai! De deugdzaamheid is loze praat: Trouwens, het is erg makkelijk deugdzaam te leven, als men te oud is of te lelijk om nog ondeugdzaam te zijn. Als de druiven te zuur zijn, wordt men deugdzaam uit rancune; Berthelot zegt van een vrouw die zich op haar maagdelijkheid beroemt: Deugdzaamheid en devotie is vaak slechts een façade, die andere ondeugden verbergt: Jouw koelheid, jouw tekort aan daad,  jouw bidden en jouw zwijgen samen,  preken naar 't schijnt het celibaat  tot al wie na de apostelen kwamen.

Ofwel, zoals bij Sieur de Sigogne, wijzen de vrouwen de mannen af: Wel heb je weer de hele nacht  jezelf met nieuw genot bedacht: Jij neemt geen hoer in 't ledikant, vind je daarom jouw tijdverdrijf onschuldig?

Jij naait met je eigen hand! Masturbatie—zowel bij mannen als bij vrouwen—is een onderwerp te kust en te keur in de priapeeënbundels. Laten wij eerst eens kijken wat er bij enkele priapeeënschrijvers over de vrouwen verteld wordt.

Schoonheid die zonder naaier naait,  vind jij—wanneer je vinger aait  langs eigen venusberg—vertier? Terwijl Sieur de Sigogne die erg ontgoocheld is omdat hij in bed een magere dame gevonden heeft, waar de kleren een ander kluifje lieten verwachten, haar deze raad geeft: Word eerst wat mooier en wat ronder,  of zet de liefde aan de kant En als er 'n plekje bij je brandt,  breng daar je eigen duim in onder.

Een enkele maal lezen wij in Le Parnasse Satyrique: Onmens in mijn oog,  door wie ik al te kalm moet leven,  jij krijgt dat andre niet omhoog,  dus dreig je met je hand geheven.

Wanneer de hand bij het masturberen niet voldoet, komt het voorwerp op de proppen, dat door de priapeeënschrijvers met spot, soms ook met nijd, herhaaldelijk beschreven wordt: Jij maakte uit leer, met naald en draad, een stevig, mannelijk apparaat van 'n oude handschoen van je moeder.

Een lapmiddel blijft het steeds in de ogen van Motin. In een priapee naar Italiaanse mode geïnspireerd op Aretino laat hij een courtisane alles wat ze in haar beroep nodig had, weggeven aan een piepjonge collega, een groentje, alvorens definitief afscheid te nemen van het métier. Alléén haar godemichi behoudt ze, want: Wat moest je ermee doen? Jij hebt te keur, te kust,  beter gereedschap voor het stillen van je lust: De godemichi werd in de wandeling ook wel 'chapelet' of 'paternoster' genoemd; een dankbare aanduiding voor 'on­chuldige' woordspelingen als hier bij Viau: Wanneer mijn lid in volle grootte  zich als een muildierlid gaat stalen,  betast mijn lief mijn beide kloten  liever dan paternosterkralen.

De godemichi kan uit allerlei materialen gemaakt worden: Claude Le Petit betoogt in zijn sonnet opgedragen aan de 'Précieuses', bijnaam voor de damesleden van de zeventiende-eeuwse stijl- en letterlievende genootschappen, dat zelfs een rol papier uitstekende diensten kan bewijzen: En staat het lijf in brand door deze poëzie,  rol dan dit boekje op: Zo dient het als godemichi.

Maar Maynard, die het verder tegennatuurlijk noemt, beschrijft het neusje van de zalm op het gebied van de godemichi's: U stoot een glazen instrument  recht midden in uw eigen lijf. En daarbij doelt hij op de godemichi van venetiaans glas, die met warm water gevuld werd, of—zoals in de Ragionamenti van Aretino—met urine. Ook Ronsard spreekt zijn woordje mee. Over een liefje dat niet vurig genoeg op hem reageert jammert hij in een sonnet: Ik beklaag me, want zij kocht hier dicht in de buurt een godemichi, die haar hand nu bestuurt, waarmee zij—kuise—nachtlang haar jeugd ondergraaft.

En na deze regels schakelt Ronsard over op de gevolgen van het gebruik van de godemichi: Een adem die stinkt, een glibberig slijm waar haar bed in verdrinkt,  ogen diep en omkranst, huidskleur valig en wit,  door het valse genot dat haar nachtelijks bezit. Dit vers is interessant, omdat Ronsard—hij was en is niet de enige—gelooft in de fabeltjes die de kerk boemande in verband met masturbatie.

Deze versregels van Ronsard verraden de man die, alhoewel innerlijk een heiden, zich toch onderwerpt aan de christelijke voorschriften. Want het noemen van masturbatie in luchtige geschriften, het spotten met masturbatie, het aanmoedigen zoals sommige schrijvers deden, was een scherpere stellingname tegen de godsdienstmoraal dan wij ons nu zelfs maar kunnen voorstellen.

In de middeleeuwse boeteboeken handelen méér paragrafen over de masturbatie dan over sodomie en bestialiteit. Toch komt in de zeventiende-eeuwse priapeeën de veroordeling van de masturbatie minder vaak voor dan het omgekeerde.

Zeldzaam is dan ook een oordeel als dat van Ronsard, en nog zeldzamer, de nog scherper stellingname van Claude d'Esternod: De vrouwelijke masturbatie wordt wél veroordeeld, maar dit omdat ze beschouwd wordt als een oneerlijke concurrentie. De priapeeënschrijvers zijn mannen! Wanneer het over mannelijke masturbatie gaat is het meestal vergoelijkend, als bij Viau: Zo naaide ik alleen de dekens  en neukte ik mijn hansop, helaas!

Maar 'k wed erom dat deze held  dronken door loze beuzelpraat  zichzelf zijn Lid in handen stelt  en 't daar tot zijn soelaas—ontlaadt. Mijn hand zo minzaam, kan in beide  gevallen al het werk verzetten. Maynard, die het masturberen bij de vrouwen veroordeeld heeft, neemt een meer genuanceerde houding aan: Als ze niet mooi is en niet lustig,  dan ga ik liever heerlijk rustig  tegen een paal mezelf aftrekken. Om dit onderwerp af te sluiten, nog deze waarschuwing in een epigram door Lachèvre aan Maynard toegeschreven: La Roche , ik kom met gunstig tij  weldra eens bij je op bezoek.

Tot zolang stuur ik je hierbij  vast Aretino's standenboek. Maar pas er op dat bij het turen  naar deze tien maal tien posturen  waarin de mens zich verderplant,  je Lid niet onverhoeds gaat staan  en dat hij niet spuwt in je hand,  wanneer je liefste is weggegaan. Maagd zijn en maagd blijven wanneer er geen huwelijk voltrokken werd, was een ideaal van de christelijke ethiek. De draak steken met ontmaagden—voor 'le mâle' een manier om uitdrukking te geven aan de wrok die hij tegenover het vrouwelijk geslacht toont—was in de middeleeuwen dus een vorm van blasfemie.

Het ideaal van 'de maagdelijkheid' belachelijk maken, was het ideaal van de kerk in twijfel trekken. Het tijdschrift Forum ging in op de fles, omdat de Vlaamse redacteur Marnix Gijsen de bijdrage van de Nederlander Victor Varangot niet kon aanvaarden omdat: De bruid was zonder maagdelijkheid,  haar altaar was al ingewijd.

Maar—geloof mij—dat niet te gebruiken  is werkelijk een grote zonde. Te vroeg raak je het nimmer kwijt: Ook de oude likkebaard, le Chanoine Maucroix, vraagt zich af, waarom een vrouw maagd zou blijven: Wat is het leven zonder dekken? Triest is een schede al te kuis! Wat kan er zoveel meelij wekken  als juist zo'n droog, ongekuist kruis?

Het echte sadistische defloratiethema komt in de priapeeën niet voor. Maar interessant is de verhouding van priapeeënschrijvers t. Maynard geeft het links en rechts duidelijk te verstaan dat vrouwen die oud geworden zijn hem niet erg meer bekoren, en dat hij de voorkeur aan de maagden geeft; soms schrijft hij zelfs zonder omwegen: Voor mij heeft prille jeugd de allerhoogste waarde  en graag was ik—zoals de eerste man op aarde—  de naaier van een kruis dat pas geboren is.

Die kleine kruizen, hoog beheuveld,  nog niet met haren overstreuveld,  zijn heel wat malser als gerecht. Oftewel het Lolita-motief avant la lettre. Motin is blijkbaar ook wel subjectief als hij schrijft: Voor mijn roede, stijf en dik,  bijgenaamd de maagdenschrik,  werken dagelijks koppelaarsters Dat deze koppelaarsters inderdaad ook maagden moesten leveren, vinden wij o.

Een koppelaarster van stavast  heeft onze Robin menigmaal  beloofd—in ruil voor kapitaal— een maagd te leveren die hem past: Ik heb echter geen enkel spoor teruggevonden van toespeling op een heelkundig ingrijpen om jonge meisjes na. Andere dichters hadden niets op met de maagdelijkheid; zie o. Ik heb niet zo gaarne maagden, die zijn te groen. De vrouw waarvan ik 't meeste houd is zij die werkelijk rijp is, daar wie rijp is het fijnste te grijp is.

De druif die ik kies, dient per slot noch groen te zijn, noch verrot. Vriend Estourneau, ik kan geen jonge maagd beminnen,  die—zwak en onbekwaam—het juk nog niet verdraagt  en schuw en ongetemd de stier ver van zich jaagt,  wanneer die soms met haar het lustspel wil beginnen. Bij dit onderwerp past het een woordje te zeggen over de opinie van de priapeeënschrijvers over geleerde vrouwen. Het is ons bekend, dat in de zeventiende eeuw heel wat vrouwen een belangrijke rol gespeeld hebben op intellectueel gebied, voornamelijk in de literatuur.

Zich met 'de zaken des Geestes' bezighouden was de enige mogelijkheid voor een ongehuwde vrouw— naast het beroep van prostituee of courtisane—om zich op sociaal gebied te laten gelden, zich te manifesteren. Anders dan in de officiële letterkunde krijgen de blauwkousen bij de belangrijkste priapeeënschrijvers er behoorlijk van langs: Ik geef toe dat Catherine  zeer geleerd is Maar mijn smaak heeft, zacht en heet,  liever schoonheid dan doctrine. Hoe kan ik een vrouw beminnen  die studeert op duist're zinnen  in de Bijbel, als 'k haar kus?

Geef mij maar een stomme griet  want ik naai bij voorkeur niet  Plato of Vergilius. Ja, je bent een taalgeleerde,  hetgeen jou siert en ons behaagt. Dus 'k denk niet dat jij verkeerde  zinsbouw van mijn Lid verdraagt. Die afwijzende houding t. Bij Des Barreaux treffen wij de volgende eigenaardige gedachtenkronkel aan: Ik doe afstand van 't verstand,  word een redeloze kwant  en duik in onwetendheid. Zo drink ik de beste wijn: De aanval op de blauwkouserij moeten wij bij Maynard zien in verband met zijn andere priapeeën; hij meent, dat erotisch plezier meer de realiteit benadert dan platonische liefde, en dat het verheerlijken van de laatste kletskoek is.

Voor de liefde zoals die door de officiële letterkunde verheerlijkt werd, heeft Régnier slechts spottende woorden over: De liefde is een loze kwaal  die door de ogen 't hart in gaat  en die als vloed het lijf verlaat,  via het onderbuiks kanaal. Régnier—op het randje af een révolte—was op het gebied van de poëzie in zijn dagen een anarchist.

Hij verwierp niet alleen de streng voorgeschreven constructies à la Malherbe en het gebruik van een uitgebeende taal, maar hij kon ook niet aanvaarden dat een sociale elite, de aristocratie, de hofkringen, hun smaak als de enig geldende aan de literatuur opdrongen. Vandaar dat hij hier o. Het huwelijk komt er bij zulk een mentaliteit ook maar bekaaid af, getuige Motin: Ik draag de vrouwen op handen,  van liefde voor ze wil 'k branden,  maar één ding vind ik gruwelijk: Dit wordt niet alleen door Motin gezegd.

Maar dat ik hem er voor dit onderwerp uitpik is niet toevallig. En zijn redenen vinden wij niet zo dikwijls gezegd in anti-huwelijksgeschriften: Want wanneer ik ooit zal trouwen,  ligt mijn arme Lid verkou'en  stil verlangend onder 't laken,  als een nonnetje devoot  dat zich in haar kwezelschoot  nooit het carnaval liet smaken. Als ik bij het copuleren  niet een kruis tref vol begeren,  soepel, rijk aan drift, gezond Dan voel ik mijn vuur bevriezen  en pak ik direct mijn biezen,  maar 'k loop onontladen rond.

Dan legt hij de vinger op een wonde, die in onze huidige maatschappij wel langzaam aan het genezen is, dank zij een andere instelling t. Ik weet dat getrouwde vrouwen  het als halsmisdrijf beschouwen  te kronkelen onder hun man.

Een oplossing geeft Motin ook: Ben ik op de meid gesteld,  dan krijg ik die met geweld  of met smeken, er wel onder. En, zonderling, ook vrije liefde voor zijn echtgenote: En is ook mijn vrouw toevallig  geilheid nogal welgevallig,  dan laat zij zich naar haar aard door de knecht in onze keuken  of de man van buurvrouw neuken,  onvervaard en onbezwaard. Een kijk op de huwelijksmoraal die men niet moet pogen uit het hoofd te praten van de individualist Motin: Ik ben doof aan beide oren  voor wie mij wil laten horen: Motin beweert niet, dat gehuwde vrouwen géén goede minnaressen zouden zijn, maar: De fijnste hapjes van hun sponde  sparen zij graag voor de monden  van hun heren gunstelingen.

En daarmee snijdt hij een onderwerp aan, dat in de Franse literatuur regelmatig op het tapijt komt: Geen enkel priapeeënschrijver die aan dit onvermijdelijk bijverschijnsel van onze monogame huwelijksidealen voorbij kan gaan: Zovelen vrezen als 't gevang  het leven binnen huwelijkswetten. Wat is de reden? Ze zijn bang  dat men hen horens op zal zetten. Maar laten wij ons troosten: Zij die horendragers maakten,  krijgen zelf ook horens op.

Zo erg is het trouwens allemaal niet, zegt Claude d'Esternod, die naar verontschuldigingen zoekt: Want er bestaat geen goede kaatser  die nooit een foute sprong begaat. Wie één soort wijn gedronken heeft,  kent niet de kracht van andre wijn. Wie steeds in de Provence leeft,  weet niet hoe ze in Limoges zijn. Of nog déze wijsheid bij d'Esternod in nog steeds ditzelfde eindeloze gedicht Le divorce du manage: Vindt dit vooral geen vreemde zaak: Vandaag wat wind, morgen een bries: Soms zijn de vrouwen op een zonderlinge manier hoorndrager, zoals bij Maynard, die een jonge vrouw de wijze raad geeft: Geloof me—liefje—breek gezwind  met de snaak die jij bemint Met de werken van zijn gat  maakt hij jou in korte nacht  vijftien maal cocu, m'n schat.

Als iemand er belang bij heeft het huwelijksbedrog te verdedigen, dan zijn het wel de geestelijken, zoals hier le Chanoine Maucroix: Vermeerder toch het horendragen  en naai nóg vaker alle dagen,  dan men gelooft, dan men vertelt Dat dit geen ijdele woorden waren, vertelt ons zijn vriend Jean de la Fontaine: Eerst werkte hij als advocaat  en toen bezat hij geen dukaat,  maar leve de kanunnikstaat! Want nu heeft hij van geld een zee  en daaruit drinkt hij dan voor twee,  of maakt er horendragers mee!

Een andere figuur die nu en dan de kop opsteekt is de gigolo, die in de priapeeën meestal verdedigd wordt, terwijl met de vrouwen zélf die geld aanbieden om een man in bed te hebben, genadeloos de spot gedreven wordt, zoals in deze regels van Maynard: Piet naait tandeloze Mijtje,  niet omdat het hem bevredigt,  maar omdat zo'n naaipartijtje  al met al zijn beurs niet ledigt.

Wanneer dit puntje te berde komt, worden veel priapeeëndichters subjectief; de ene zoals DeBaïf wil nog voor geen pond: Honderd gouden pond wil je vooruit betalen? Als jij meent—en staak nu je klagen—  dat jouw geld recht op wonderen geeft,  spreek dan mijn Lid aan, om 't te vragen: Geef mij dat bedrag nu maar  en als ik jou heb bereden,  zal je zeggen: Zo ook Maynard, die zelfs beweert te overwegen het hielen likken aan het hof te willen laten, en.

Schoonheid, jouw zaak moet afgehandeld: Wie niet tevreden is in het huwelijk, komt ook bij beroepslui terecht, zegt Motin: Voor een vriend, gespierd en stevig,  met een Lid en lenden hevig,  die van 't naaien moet bestaan,  nemen zij met veel souplesse  graag, met geilheid niet te lessen,  Aretino's standen aan.

Blauwkousen worden door Claude Le Petit zelfs met het neologisme 'putains spirituelles' bedacht. De prostitutie was in de zeventiende eeuw een kwaal die in nauw verband stond met de sociaal onevenwichtige structuur. Thomas van Aquino had in navolging van Augustinus reeds gesteld dat prostitutie een noodzakelijke voorwaarde was voor een gezonde sociale moraal, net zoals een beerput nodig is bij een paleis, om te voorkomen dat het hele paleis gaat stinken.

Deze houding van de kerk t. Vandaar dat in heel wat priapeeën de prostitutie in een of andere vorm behandeld wordt: Sympathiek waren deze lieden niet. Wanneer er officieel een klacht tegen hen werd ingediend, werden ze omgekeerd op een ezel gebonden en zo naar de schandpaal bij de hallen gevoerd, om in het openbaar gegeseld te worden.

In de priapeeën krijgen zij er vooral ongenadig van langs wanneer hun bemoeienis tot een venerische ziekte heeft geleid. Een enkele keer worden zij geprezen; soms erg ironisch zoals bij Motin die in een 'Klaagzang op het overlijden van een der meest beroemde Koppelaarsters' dicht: Zij dwong het noodlot naar haar wil  en maakte slappe borsten stevig.

Haar blik wist marmer stuk te krijgen  en deed het sap in bomen stijgen. Zij liet alleen maar door haar praten  op één dag Ook Claude d'Esternod, de niet-Parijzenaar, die in op zijn eentje een hele bundel priapeeën vult nl. L'Espadon Satyrique De satirische houwdegen , is een oude koppelaarster dankbaar, want. Jij ving voor mij met handigheid,  oude Sybille, een Godenmeid  die 'k als mijn oogappel bemin. Waarop hij haar al het beste der aarde toewenst: En word je door de dood verslagen  dan zullen twee ezels jou dragen  op 'n draagbaar recht de hemel in!

Uit de voorbeelden die tot nu toe links en rechts uit de priapeeën gelicht zijn, is het wel duidelijk geworden dat het taaltje gebruikt door de auteurs heus niet gekuist is.

Waarom zou het ook, zegt Malherbe: Een van de voordelen van die ongekuiste taal is alvast dat zij zich makkelijk leent tot woordspelingen, zoals bij Régnier, die uiteraard erg 'vrij' vertaald moeten worden: Een Mars in de liefdesstrijd,  in de strijd van Mars een vrouw. De pikbloem die blauwig bloeit in 't veld,  ook genaamd Silene Armeria, s taat jou—naar ik weet—alleen maar zo na  om de eerste drie letters die hij telt.

O liefje, jij was ergens waar  men voorlas uit Vergilius? Dat klinkt heel kuis en keurig,  maar het had meer van Vergi—Lid—us! Soms zijn de woordspelingen op homonymen gebouwd zoals bij Claude d'Esternod: Want vrouwen met een kut zo ruim hoeven bij mij niet aan te komen! Zie ook dit sonnet van Berthelot waarin hij met twee vijanden afrekent die hem flink hadden laten afrossen: Toen Polidon terneerlag bij de grage dame,  die als vrouw Sarbisi een zekere faam genoot,  toonde hij dat hij terecht genood was in haar schoot: Zij toonde veel waardering voor een zó bekwame.

Daar ze gevoeld had hoe dit Lid scharlakenrood,  beschimmeld noch vermolmd, haar diep genoegen bood,  vlocht zij voor Polidon een lauwerkrans tezamen. Haar echtgenoot kwam thuis en zag hoe de lansier  het hoof d gekroond had met een hoedje van laurier,  dus vroeg hij: Zou ik een dichter zijn? Wij mogen niet uit het oog verliezen dat de gekuiste taal onder Maria de Medici en gedurende de eerste jaren van Lodewijk XIII niet speciaal op prijs gesteld werd.

Anale en genitale toespelingen krioelen trouwens in de pamfletten en geschriften waarmee de grote bonzen van de reformatie zowel als van de contra-reformatie elkaar om de oren sloegen. Het obscene taaltje van Luther nu obsceen in onze oren , is een klassiek voorbeeld van het genre. Ook de priapeeën behandelen de scatologische zaken op een ongedwongen manier; haast met smaak. Waarom ook niet, vraagt Vallée des Barreaux: Wat doet de mens, die toch de rede tot zijn deel kreeg,  dan boeren, slapen, winden laten, schijten, pissen?

Kan men scatologischer zijn dan bij Sigogne: En langzaam komt de tong dan uit z'n mond,  waarmee hij kalmpjes aan mijn kont gaat vegen. Bij d'Esternod is dit een bezigheid van de duivel: Maar dergelijke toespelingen zijn nogal zeldzaam. Meestal wordt de scatologie op een burleske manier behandeld, zoals wij dat reeds bij Deschamps aantroffen en zoals ook Ronsard dit doet: Geeft de buik een wind niet vrij,  dan is onze dood nabij: Kan een wind dus uitspraak geven  over dood en over leven,  dan is hij gelijk in kracht  aan de koninklijke macht.

Motin zegt tegen Jeanneton, dat zij dan wel 'si belle et si tendre' is, maar dat alle minnaars haar ontvluchten, omdat: Wanneer jij bij de beddesport  door het genot gekieteld wordt,  dan praat jouw kont en zwijgt jouw mond. Alice pakte met vaste greep de kwispelsteel van Thibaut beet. Maar toen ze 'm draaide, wrong en kneep, klonk er lawaai uit Thibaut's reet. Je laat een wind! Jij draait de Wijzer en denk jij dat dan bij mij de Klok niet slaat?!

Scatologische zaken worden dikwijls verwerkt bij de beschrijving van afgetakelde lichamen: Vooral de vergankelijkheid van de vrouwelijke schoonheid—'t zij door ouderdom, 't zij door ziekte— wordt door de priapeeëndichters herhaaldelijk behandeld. Zonder mededogen worden al de onderdelen van het vervallen vrouwelijke lichaam getekend: Jouw voorhoofd schaamt zich voor zijn rimpels  Maynard. Jouw rug is nu een berg geworden  Maynard.

Jouw kruis draagt nu een grijze baard  Maynard. Nee, ik durf met zo'n tiet  mijn vers niet te ontsieren. Haar naaigat, gretig, groen en blauw,  ruikt slechts naar pek, naar teer en zwavel. Haar middel, recht en zonder boog,  leek wel een worstje, dun en droog. Ik doe slechts een greep; de voorbeelden zijn gemakkelijk vele bladzijden lang te herhalen; eentonig. Want ondanks de moeite die de dichters zich getroosten om op dit gebied t. Hoewel uit enkele van die gedichten weemoed spreekt om de vergankelijkheid, blijft het toch in hoofdzaak scheldpoëzie.

Er komen genoeg toespelingen in voor, zodat de slachtoffers van deze moorddadige literatuur niet hoeven te aarzelen bij het aantrekken van het schoentje. Meestal wordt de opsomming van al dat fraais besloten met een persoonlijke conclusie zoals hier bij Maynard: Nee, hou dat ouwe lichaam maar,  'k ben bang dat 'k anders horens zet  op 't graf beeld van mijn bestevaar! Weer echter moeten wij deze beschrijvingen zien als een houding tégen de officiële letterkunde. Bij het lezen van de lyrische verzen uit de zeventiende eeuw waarmee men onze schoolbloem-lezingen opsmukt, bekruipt ons een minderwaardigheidsgevoel.

Venussen en Adonissen treden aan. In de 'nette' sonnetten geen spoor van de talrijke huidziekten die onze voorouders teisterden; in deze afgelikte versjes geen sprake van de zeventiende-eeuwse boeman bij ieder liefdesavontuur: Om over deze minder aangename kant van de liefde iets te weten te komen, moeten wij de deur van de Hel van de bibliotheken openbeuken.

In allerlei toonaarden blijken dan de dichters uitroepen te slaken als hier Viau: Vol zweren zit mijn lijf. Ellendig  lijd ik inwendig en uitwendig. Voorzeker heb ik syfilis. Venerische ziekten, die, getuige Régnier, opgedaan kunnen worden bij een belangrijke hofdame: Ik deelde mee in 't feest  toen ik bij u dat maal genoot.

Jij sliep met hoeren als de beste  en daar liep jij zo'n sjanker op,  dat van jouw neus en in jouw kop  nu slechts de neusgaten nog resten. Dat deze ziekte wel erg verspreid was zegt Glaude d'Esternod ons, zij het met veel zelfspot: Maar mij nam die vervloekte kwaal  in 't leven al zo'n twee, drie maal  te grazen Verder wenst hij de prostituée die hem besmet heeft naar de brandstapel en haar as naar de hel! Spijtig genoeg zullen de duivels deze as niet komen halen: Voor hen geen sjanker op bestelling,  omdat ze ook zónder die kwelling  genoeg vuur aan hun konthaar hebben Helaas, ondanks dit gevaar, kan de mens zich van seksueel verkeer niet onthouden, maar één remedie is er alvast, meent Saint-Pavin: De veiligheid is slechts te vinden  aan de achterzijde van het kruis.

Ik naai van nu af aan alleen nog in een kont! Nauw in verband met deze venerische ziekten staat de angst voor impotentie. Deze angst brengt heel wat spanningen teweeg, zowel in het individu als in het seksuele leven in het algemeen.

Bekend is, dat Don Juanisme ook een van de vaak voorkomende thema's in de priapeeën een vlucht is uit dit angstcomplex. Ik geloof niet, dat ik een te sterk woord gebruik met 'angstcomplex'. Het opleggen van strenge straffen voor al wat met de seksuele bedrijvigheid verband hield, had een groot aantal gevallen van impotentie gecreëerd. De kerk strafte echter een toestand waar ze zelf voor verantwoordelijk was: Populaire handboeken voor heksenvervolgers, zoals het beroemde Malleus Maleficarum besteden vele bladzijden aan dit verschijnsel en geven de inquisiteurs duidelijke voorschriften om de impotentie van duivelse oorsprong te herkennen.

Ondertussen heeft de moderne wetenschap al die hekserij kunnen klasseren als psychopathische verschijnselen. Wij weten nu, dat de brandstapels minder vóór, dan dóór geestelijk gestoorden werden aangestoken.

Gewoon maar constateren van impotentie, zonder de oorzaak aan te geven zoals bij Maucroix: Nooit meer stijft zich mijn instrument,  het is onmachtig Mijn Lid is even impotent  als 't lelletje van mijn linkeroor.

Het verlies van de vitaliteit heeft steeds een natuurlijke oorzaak. Mijn liefje, weet toch dit: Wie in onmatigheid  het doet en doet en doet,  past slecht op 't beste goed  ons door natuur bereid. Ronsard geeft de strijd echter zo makkelijk niet op als Maynard, die zonder omwegen bekent: Aan ouderdom is niets te doen, tot groot verdriet van de vrouwen—en tot haar wanhoop—zoals Florent Chrestien verzen lang jammert: Denk jij soms—trouweloze—dat mijn klagen  gericht is op 't verlies van eigen goed?

Géén schoonheid meer, als hij ooit zou versagen,  want hij maakt mens en dier en vogels klein en groot;  hij maakt dat vissen zwemmen in de sloot,  hij zorgt ervoor dat mensen samen trouwen;  hij maakt de mannen en hij maakt de vrouwen,  strikt met een vloeistofknoop een hartenpaar  zó, dat twee lijven opgaan in elkaar.

Zonder dat instrument was vrouwelijk schoon  niets waard, en was de man eerloos gewoon. Aan Maucroix ontlenen wij het voorbeeld van wat door de meeste priapeeëndichters als oorzaak van hun onmacht opgegeven wordt: Berthelot trekt uit dit alles wijze besluiten: Toen madelon plots had ontdekt  dat ik een bril droeg en een pruik,  zocht zij ter sluiks maar opgewekt  een andere loodsman voor haar buik. Da's niet zo dwaas; hoewel 't me fnuikt  moet ik naar waarheid wel verklaren: Middelen om de verloren vitaliteit op te wekken zijn natuurlijk de afrodisiaca, die in de priapeeën niet zozeer als geheimzinnige liefdesdranken beschreven worden, maar meer als speciaal uitgekozen voedsel en drank.

Meestal wordt op afrodisiaca op deze manier gezinspeeld: Over erectie is anders wel één en ander te doen in de priapeeën, want naast klaagzangen om het verdwijnen van de vitaliteit, treffen wij heel wat méér gedichten aan waarin de dichters opscheppen over hun uitzonderlijke erotische kwaliteiten. Het is een thema zo oud als de priapeeën zelf; zo oud waarschijnlijk wel als de mens. Wij weten allen, dat het pochen op de vitaliteit heden bij de twintigste-eeuwse zg.

Dit onderwerp is zelden vrij van opsnijderij. Het is daarvoor te diep in de mannelijke psyche geworteld. Wat symboliseert méér de mannelijke kracht dan een onvermoeibare vitaliteit? Enkele willekeurig gekozen versregels geven ons aanstonds de opschepperstoon, die de priapee weer dicht bij de schuine moppen en de volkspoëzie brengt: Altijd geil, wulps, klaar voor 't duel,  versla 'k vier andren in het spel.

En Sieur de La Porte zegt in tegenstelling tot de klagers over de ouderdom: Omdat ik een grijze baard heb,  denkt u dat 'k minder waard zou zijn?

Durft u te zweren dat dit hoofd  lijkt op dat waar ik u mee naai? Soms neemt die pocherij de vorm aan van valse bescheidenheid, zoals bv. Mevrouw, het spijt me zeer, mijn kracht is zo gering  dat ik het in één nacht slechts zesmaal kan voltrekken Waarop deze dame in kwestie, uiteindelijk al even bescheiden lispelt: Doe het dan maar driemaal, dan maak ik u wel kiet. En natuurlijk ontbreekt ook Maynard hier niet op het appel met deze anatomische bijzonderheid: En mijn testikel is beroemd om de nektar die hij laat stromen.

Sinds Eustache Deschamps wordt in de Franse letteren met 'cons et vits' gesmeten; sinds Guillaume IX worden de paters op de korrel genomen, maar nu in de zeventiende eeuw, gaan de priapeeën verder dan gewoon maar het verheerlijken van het plezier: Nogmaals verwijs ik naar de twee figuren, waarbij de priapee zich verheft boven het obscene: Maynard vraagt zich telkens weer af, waarom wij niet zouden leven volgens onze impulsen.

Wat in godsnaam houdt ons tegen om met plezier en volle overgave de liefde te bedrijven, want, straks zijn wij dood En dan is 't uit met liefdes' lied,  want ook al is het graf een bed,  men slaapt er wel, men naait er niet. Is het niet onzinnig zich te onderwerpen aan moraalregels die verbieden wat iedereen prettig vindt?

..

NATTE GLEUF GRATIS SEX AFSPRAAK

MASSAGE NIJMEGEN EROTISCH SHEMALE SEX ADVERTENTIE

The Eros Association, een verbond van bedrijven en organisaties die onder andere met adult entertainment te maken hebben, besloot een poging te wagen deze religieuze wurggreep te lijf te gaan. Het viel natuurlijk te voorspellen dat het een schok veroorzaakte dat vertegenwoordigers uit de porno-industrie probeerden gebruik te maken van hun democratische recht een eigen partij op te richten.

Democratie is natuurlijk goed en wel, maar niet bedoeld voor viezeriken. De ASP werd dan ook aan alle kanten tegengewerkt. Google blockte zoekwoorden die naar de partij konden leiden, de ASP werd gecensureerd in de media, en andere partijen speelden laffe politieke spelletjes om de invloed van de nieuwkomer zo klein mogelijk te houden.

En dat terwijl het gedachtegoed van de ASP niet eens zo revolutionair is. De sekspartij is zeker geen one issue party, maar heeft veel redelijke standpunten over andere zaken in de samenleving. Men is voor vrijwillige euthanasie, het legaliseren van cannabis, het decriminaliseren van andere drugs en betere educatie van jongeren, met name waar het vrijheid en seksualiteit betreft.

Ook in Nederland beginnen religieuze opvattingen weer een steeds grotere greep op de politieke besluitvorming te krijgen. Ik heb gezocht of er al een Nederlandse tak van de Sekspartij bestaat, maar die politieke niche is bij ons nog niet bezet. Voor wie zich geroepen voelt!

De afgelopen jaren stuitte ik vaak op fascinerende begrippen uit de menselijke procreatie. Er bleek dus — zoals altijd — een enorme wereld achter schuil te gaan. Het verschijnsel gaat terug tot de Griekse mythologie.

Ooit was er een koning genaamd Candaulus, die zo verliefd was op zijn bevallige echtgenote dat hij graag met haar schoonheid te koop liep. Gyges was het er niet mee eens, maar deed het toch. Tot ongenoegen van de echtgenote van de koning, die hem herkende in het donker. De volgende dag stelde ze hem voor de keuze: De schrandere lijfwacht besloot tot het laatste: Sindsdien heeft de wereld van de haute sexualité er een aberratie bij.

Het gaat om de erotische handeling of fantasie dat een man zijn eigen vrouw naakt toont aan andere mannen, zodat die zich aan haar kunnen verlustigen. Dat klinkt mij heden ten dage als een relatief onschuldig tijdverdrijf in de oren, maar toch heeft het in de geschiede Zo was er de zaak van ene Sir Richard Worsley, een Engelse politicus uit de achttiende eeuw. Ooit toonde hij stiekem aan zijn beste vriend hoe zijn vrouw naakt in bad zat. Prompt kreeg de vrouw, over wie het gerucht ging dat zij er maar liefst 27 minnaars op nahield, een verhouding met die beste vriend.

Sir Richard besloot zijn voormalige gabber hierop voor het gerecht te slepen. Maar toen bleek dat hij de encounter zelf had uitgelokt, kreeg hij van de jury niet de torenhoge vergoeding die hij had geëist, maar een bedrag van 1shilling. Candaulisme blijkt in veel boeken en films voor te komen; zoveel dat ik me afvraag hoe het kan dat ik het begrip al die jaren heb gemist. Waarschijnlijk zijn er nog veel meer termen die het napluizen waard zijn.

Vorige maand bespraken we de internetsite puberz. Een zoektocht langs de krochten van het internet bracht me bij veel beweringen over zowel de gezondheid als de smaak van teelbalvocht.

Opmerkelijk vaak las ik stellige beweringen dat deze smaak door externe factoren kan variëren. Roken, de consumptie van koffie, alcohol en etenswaren als broccoli en asperges zouden de smaak van het van huis uit bitter smakende mannensap negatief beïnvloeden.

We kunnen ons afvragen hoe en waar dit is onderzocht. Een paar jaar geleden deed de BBC voor een voedsel programma een heuse semen taste test, waarbij drie vrouwen de kwakjes van hun partners kregen voorgeschoteld. Deze mannen waren op dieet gezet en de vrouwen moesten bepalen of ze een verschil in smaak konden proeven. Twee van de drie beweerden van wel, wat de tv-makers tot de conclusie bracht dat smaakmoleculen uit voedsel wellicht het teelvocht van mannen kunnen bereiken. Grappig, maar het tv-programma stelde wetenschappelijk nogal teleur.

Bij mijn weten is er geen verantwoord significant dubbelblind onderzoek naar de smaak van sperma uitgevoerd. Om dit goed te doen, zou het zaad van verschillende groepen mannen met verschillende eetpatronen door groepen vrouwen moeten worden geproefd en beoordeeld.

Daarvan wordt vermoed dat ze depressies tegengaan, angst verminderen, het humeur verbeteren en de genegenheid verhogen. Volgens sommigen is een goed cumshot een geweldig medicijn tegen zwaarmoedigheid en andere problemen.

In de media zijn deze hypotheses met verlekkering gebracht als stellige claims, maar ook deze onderzoeken liggen onder vuur. Een belangrijke tegenwerping is de vraag waarom zaad deze eigenschap zou bezitten en hoe dit zou zijn geëvolueerd.

Het doorslikken van sperma gaat in tegen het oorspronkelijk doel van het goedje, namelijk voortplanting. Er zijn diersoorten waarvan de vrouwtjes het sperma van hun kerels verorberen, maar dit gedrag is niet standaard menselijk, en wellicht zelfs een recent cultureel fenomeen. Ook dat schreeuwt om verantwoord historischsociologisch onderzoek: De zoektocht gaat door. In mijn omgeving heb ik twee exemplaren van de diersoort Homo sapiens puberalis.

Omdat het altijd goed is om voeling met hun belevingswereld te houden, surfte ik naar puberz. Uit een enquête, die werd afgenomen bij vijfduizend mensen tussen en , blijkt dat voor zowel vrouwen als mannen de eerste keer seks veel leuker, beter en fijner is dan vroeger. Ik vind sowieso dat pubers, zeker die van mij, zich met dat soort zaken pas mogen bezighouden vanaf hun 35ste, maar helaas ga ik daar niet over.

De meiden van de Puberz-redactie zijn er echt even voor gaan zitten. Alle mogelijke vooroordelen over orale seks worden bevestigd. Ook waren er positievere gedachten: Piemels zijn dus echt heel leuk om mee te spelen! Hij vindt het fijn. Erg fraai was deze gedachte: Dit schreeuwt om een repliek! Volgende maand meer over hoe gezond sperma is. Ik zal er voor pubers een lijstje van maken. Mijn gezin keek direct naar mij, omdat ik mezelf in KIJK steevast presenteer als zelfbenoemd professor in de sekskunde.

Om de hals van de mevrouw zat een zwartlerenband met daarin een glimmende rode pingpongbal, bedoeld om haar de mond te snoeren. Sommige mensen houden ervan elkaar een beetje te plagen en pijn te doen.

Een derde wilde weten hoe het in godsnaam kan dat pijn ook lekker kan zijn. Daar kon ze zich niets bij voorstellen. Ik kwam niet verder dan stotteren dat BDSM te maken heeft met sadomasochisme en bandage, en dat volgens onderzoek 50 procent van de mensen in meer of mindere mate weleens heeft geëxperimenteerd met knevelen, blinddoeken en rollenspel.

Wat was er eerder, vroeg een van mijn gezinsleden zich af: Ik moest het antwoord schuldig blijven. Later zocht ik op internet naar achtergronden en antwoorden. Zoals het altijd gaat: Heel belangrijk, begreep ik, is de zogenoemde subspace; de roes waarin de beoefenaars van BDSM kunnen raken als zij langdurig worden onderdrukt of gepijnigd.

Mijn zoektocht naar achtergronden van al dit vrolijke gemartel bracht me bij de site www. Voor wie in het onderwerp is geïnteresseerd: Fijn dat ik deze site ontdekte; kan ik daar voortaan mijn gezin heel leep naar doorverwijzen. In mijn nieuwe roman Harem, die in januari verschijnt, is een van de personages een rouwdouwende maar beminnelijke Zweedse kunstenaar genaamd Hampus. Hij is een volgetatoeëerd oerbeest dat grote doeken volkwakt met producten als koffie, modder, vruchtenyoghurt en rode wijn.

Toen ik dit idee bedacht, vond ik mezelf ongelooflijk origineel, maar bij de research kwam ik erachter dat echte kunstenaars veel verder zijn gegaan dan koffie en kaas. Tijdens een struintocht stuitte ik op tientallen moderne kunstenaars die bij het schilderen gebruik hebben gemaakt van door henzelf geproduceerde materialen.

En daarmee bedoel ik door hun lichaam zelf. Of door de lichamen van anderen. Stel je eens voor wat wij mensen aan sappen en ingrediënten produceren, en besef dat die in de loop der jaren allemaal zijn geleend om kunstwerken te verfraaien. In schilderde hij voor een geheime liefde een getrouwde Braziliaanse vrouw een werk van zwart satijn.

Er gingen altijd geruchten over dat doek. In bleek uit DNA onderzoek dat Duchamp sperma, waarschijnlijk het zijne, had gebruikt om het materiaal mee op te vrolijken. Urine is ook een verfsoort waarmee veel schilders hebben gekwast. Andy Warhol vroeg ooit aan vrienden om uitbundig te urineren over met metaaldeeltjes bewerkt canvas, zodat hun pies zou oxideren in vrolijke kleurtjes. Dit project noemde hij de Oxidation series.

Het rook wellicht wat vreemd, die kunst, maar oogde bijzonder. Sommige kunstenaars ging dit niet ver genoeg. In stopte Piero Manzoni zijn eigen uitwerpselen in blik, waarna hij ze verkocht voor de toen gangbare goudprijs.

Andere schilders dronken gekleurde sojamelk, om die vervolgens over witte doeken uit te kotsen. Een volgende kunstenaar haalde bacteriën uit zijn navel, om daarmee voor een kunstproject kaas te stremmen die zijn publiek kon opeten.

Ener was een man die zijn eigen bloed opspaarde om met de vaste deeltjes een beeldje te maken. In vroeg lan Dennis 26 , op YouTube bekend onder de naam Fox Bronte, aan mensen om hun schaamhaar op te sturen, waarmee hij een portret maakte van Justin Bieber. Om het plaatje compleet te maken, verwerkte hij er ook nog kots, poep en bloed in. In mijn roman gaat Hampus nóg een stap verder, maar helaas: De jongeren in mijn tijd zouden veel minder lezen en de cultuur zou ten dode zijn opgeschreven.

Dat laatste bleek achteraf gezien wel mee te vallen en ook bleek uiteindelijk helemaal niet zoveel minder te worden gelezen. Inmiddels zijn we dertig jaar verder. Nog steeds staan de kranten bol van dezelfde wanhoopsberichten: Of dat laatste waar is, zullen we pas over een jaar of dertig weten, en of jongeren minder lezen is een kwestie van interpretatie.

Zij lezen veel meer uitingen van sociale media, maar veel minder romans films op papier. Twee Canadese onderzoekers vonden in en bewijzen voor de stelling dat mensen die romans lezen aardiger zijn voor hun medemensen dan lieden die dat niet doen. Lezers van romans hebben meer betrokkenheid met de wereld en kunnen zich beter inleven in het gevoelsleven van anderen. Van lezen word je aardig, aldus de wetenschappers, en daarmee ook aantrekkelijker voor het andere geslacht gratis tip! Romans hebben dusdanig veel details, en zijn emotioneel en moreel gezien zo complex, dat het lezen ervan allerlei cognitieve, psychologische en neurologische processen bevordert.

De innerlijke wereld die een roman schept, lijkt in hoge mate op de echte wereld waarin we ons staande moeten houden: Het lezen van romans is trainen en proefdraaien voor het echte leven. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die alleen nog maar vluchtig online lezen in steeds hogere mate moeite hebben om te gaan met de eisen die de wereld aan hen stelt. Zij zijn minder betrokken en ook minder aardig.

Je wordt daar een beter, aardiger mens van. En dan bekijken we over dertig jaar wel of ik gelijk had. Het WK voetbal in Brazilië is alweer een tijdje voorbij, maar voor sommigen is het nog steeds nagenieten. Voor de data beheerders van de site www. Pornhub is de grootste pornographic video sharing website; de YouTube van de seksfilm.

Het aardige van Pornhub is dat er een blog bij hoort met onderzoeken, analyses en opmerkelijke gegevens over het gebruik van de site. Het bezoek aan Pornhub komt van over de hele wereld. En als er dan wereldwijde evenementen plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een wereldkampioenschap voetbal, kunnen er fraaie dwarsverbanden worden gelegd. De Watermaatschappij Drenthe maakte in juli bekend dat het waterverbruik tijdens de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Argentinië de uitslag ben ik even vergeten dramatisch daalde.

Tijdens de rust was er een enorme piek zichtbaar, omdat iedereen in die minuten even naar de wc ging. Eenzelfde effect zag het onderzoeksteam van Pornhub. Wanneer een land een wedstrijd speelde in het WK, daalde het aantal bezoekers uit die landen drastisch. Je gaat nu eenmaal geen porno kijken als iedereen voor de buis het land zit aan te moedigen. Nederland was vergeleken met landen als Portugal en Engeland uitschieter. Op wedstrijddagen van Oranje daalde het gemiddelde aantal pornokijkers het meest van allemaal.

Want daarna is het bingo! Na de wedstrijd van Nederland tegen Brazilië die we wonnen steeg het bezoek aan Pornhub met 40 procent. Dankzij de jongens van Van Gaal was het land dus significant geiler. De Belgen maakten het nog bonter: Het leukst vond ik Pornhubs analyse van zoektermen tijdens het WK.

Veel mensen voeren blijkbaar steekwoorden in tijdens hun speurtocht naar expliciet visueel plezier. Als een land tegen een ander land voetbalde, dan nam de nieuwsgierigheid naar de tegenstander meetbaar toe; niet alleen bij dat land, maar ook bij de rest van de wereld.

Zo verbroedert voetbal de wereld dus op meerdere fronten. Onlangs mocht ik voor een wetenschappelijk boek over geneeskunde en literatuur een stuk schrijven over de drie zwellichamen die gebroederlijk het mannelijk geslachtsdeel vormen. In de slipstream van dit artikel stuitte ik op een bijzondere regel uit de Britse filmkeuring die een vraag opriep die ik graag aan KIJK-lezers voorleg.

Ik kwam op deze regel omdat drie van mijn romans zijn verfilmd en we bij twee ervan problemen hadden met de filmkeuring. Het in beeld brengen van een geërecteerd geslachtsdeel in een mainstreamfilm is namelijk heel uitzonderlijk. De vertoning van erecties is vrijwel altijd onderhevig geweest aan wettelijke beperkingen of zelfopgelegde censuur.

Om de een of andere reden mogen we van filmkeuringen dus niet kijken naar het fysiologisch volkomen onschuldige proces waarbij, gestimuleerd door het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel, niveaus van stikstofoxide in het bloed stijgen, waardoor bloedvaten zich verwijden en zwellichamen zich vullen met bloed.

In de verfilming van Phileine zegt sorry omzeilde regisseur Robert Jan Westdijk de commercieel zeer onhandige achttien-plus-rating door van de gezwollenheid van hoofdrolspeler Michiel Huisman alleen de schaduw te laten zien. Met die schaduw had de filmkeuring geen moeite. Het ging trouwens ook niet om zijn eigen schaduw, maar om een nagemaakt apparaat. Grappig is in dit verband de zogenoemde Muil of Kintyre Rule, een onofficiële leidraad die werd gebruikt door de British Board of Film Classification.

In het Verenigd Koninkrijk was het volgens de overlevering niet toegestaan een film uit te brengen als een fallus geërecteerd was tot voorbij het punt waarop de hoek die hij maakte ten opzichte van een loodlijn the angle of the dangle groter was dan de hoek die het pittoreske Schotse schiereiland Muil of Kintyre maakt. Een paar weken geleden zond de BBC een documentaire uit over een dierenonderzoeker die in de jaren zestig en zeventig een erotische relatie onderhield met een…dolfijn.

De vrouw zat in een ruimtevaartprogramma dat onderzocht hoe zoogdieren konden worden ingezet voor communicatie. Een van de beesten was een man netjesdolfijn genaamd Peter, die in zijn dolfijnenpuberteit zat en nogal kampte met zijn seksualiteit.

Het probleem kwam hierop neer: Peter was altijd geil. Regelmatig werd hij in een bad gezet met twee vrouwtjesdolfijnen, maar omdat die zijn sekshonger niet konden stillen, besloot de onderzoeker hem een beetje bij te staan.

Ze liet het toe dat hij tegen haar knie en voet wreef, en ook hielp ze hem af en toe met haar hand. De onderzoeker zou zichzelf niet beschrijven als een delphinophile; iemand die opgewonden raakt van dolfijnen.

Dat soort mensen bestaat wel degelijk, een subdivisie van de veel grotere groep genaamd zoöfielen. Die heb je in soorten en maten, en het onderwerp bestialiteit — seks met dieren — is altijd reden tot grote controversie, want de meerderheid van de mensen vindt dat verwerpelijk. In Nederland is het verboden, maar in sommige landen is het toegestaan, mits het dier er geen schade van ondervindt.

Er gaan verhalen dat er in Denemarken zelfs dierenbordelen zouden zijn. Zoöfilie is al geruime tijd bekend, maar er is nooit veel onderzoek naar gedaan.

In publiceerde een gezaghebbend medisch tijdschrift een Braziliaanse studie naar het verband tussen seks met dieren en peniscarcinoom peniskanker , In het onderzoek werden mannen met deze ziekte en gezonde mannen uit twaalf verschillende steden ondervraagd.

Van de patiënten had 44,9 procent ooit zijn lusten op een dier gebotvierd, van de controlegroep 31,6 procent. Schokkende cijfers, niet zozeer vanwege het verband tussen peniskanker en seks met dieren, maar…dat zoveel mannen dat laatste blijkbaar überhaupt hebben gedaan. Volgens dit onderzoek ligt het gemiddelde op 34,8 procent.

Dat zou een derde van mijn mannelijke kennissenkring betekenen! Het zijn dus voornamelijk pubers die zich bij ontstentenis van lieden van dezelfde soort op andere diersoorten storten, of dat nu mensenpubers of dolfijnenpubers zijn.

Niets dierlijks is ons vreemd. Terwijl ik dit schrijf, is het land in rep en roer, want een schrijfster heeft het gewaagd om zogeheten selfies te maken met afbeeldingen van — oh nee!

Het ondenkbare bleek waar: Hoogtepunt van alle consternatie was een uitzending van DWDD, waarin de schrijfster over haar zelfportretten vertelde, in het bijzonder de foto die ze had genomen van een bebloede tampon die ze uit haar tussenbeense trok.

Ja, niet alleen zijn schrijfsters naakt onder hun kleren, ze gebruiken ook weleens tampons en maandverband. Om en nabij 50 procent van de wereldbevolking maakt het mee, heeft het meegemaakt of zal het bij leven meemaken dat oude eitjes plaats moet plaatsmaken voor nieuwe, met de bloederige schoonmaak die daarop volgt. Vleermuizen, sommige andere primaten en olifantsmuizen hebben ook een vorm van menstruatie, net als overigens nog veel meer dieren, hoewel bij de meeste soorten het bloed in het lichaam verdwijnt voordat het naar buiten kan komen, De vraag is waarom een foto van een geslachtsdeel met een tampon zoveel ophef veroorzaakt.

Een deel van de commotie zal te maken met onze fascinatie met en tegelijkertijd afkeer van ontblote geslachtsdelen daarover een andere keer meer , maar een deel ook met het eeuwenoude taboe op menstruatie. Zelfs de Romeinen hadden al een vreemde verstandhouding met ongesteldheid of zoals wetenschappers het noemen: Zo moest Plinius weinig hebben van de menstruatiecyclus: Wijn zou zuur worden met ongestelde vrouwen in de buurt; bloemen zouden spontaan verwelken.

Plinius was niet de enige; door de eeuwen heen was de menstruatie altijd onderwerp van taboes, mythen en vreemde rituelen. De Bijbel moest er weinig van hebben, van de islam mogen ongestelde vrouwen de moskee niet in, gelovige joden hebben een broertje dood aan de rode zee en boeddhistische tempels weigeren vrouwen tijdens hun menstruatie.

De reacties op een onschuldige foto van een bebloede tampon uit de plasser van een schrijfster zijn een echo van deze eeuwenoude weerzin. En dat vind ik pas walgelijk. Een syllogisme bestaat altijd uit drie delen: Onze major van vandaag: Volgens de definitie is pornografie de weergave van seksueel gedrag met het doel om seksuele opwinding te creëren.

Dieren produceren zelf geen porno; in de natuur is zoiets althans nog nooit aangetroffen. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze niet door pornografie gefascineerd kunnen zijn. Mensen zijn in hoge mate geïnteresseerd in seksende soortgenoten. Als er ergens twee mensendieren, verscholen voor de rest van de kudde, met elkaar beginnen te konkelfoezen, zijn er altijd wel omstanders die even een kijkje nemen al dan niet met een smartphone binnen handbereik.

Lust die in het openbaar wordt geblust, is daarom nogal een taboe, en juist daardoor zo aantrekkelijk. Seks onder dieren is geen taboe. Er zijn veel anekdotes over dieren en huisdieren die rustig toekijken als andere dieren zich op elkaar storten.

Eén bepaalde gemoedstoestand heeft de overhand: Ooit las ik over een onderzoek waarbij apen met een knop op een computerscherm konden kiezen tussen plaatjes van seksen de soortgenoten, lekker eten of willekeurige voorwerpen. De parende soortgenoten werden toch het vaakst gekozen. Ener is een veelbesproken pandapornoexperiment onder leiding van Thaise wetenschappers. Dit was het syllogisme: Zoölogen dachten van wel.

Eerst gaven ze de pandaberen viagra in de hoop dat de mannetjes wel zouden weten wat ze met het resultaat zouden aan moeten. En dat zou volgens de onderzoekers zijn gelukt. Een tijdje terug geleden ving ik in Nijmegen een gesprek op tussen twee puberjongens. Ze zaten op het vwo en waren toe aan de keuze voor een vervolgopleiding. We kunnen er gevoeglijk van uitgaan dat de ouders van deze Nijmeegse knapen niet bepaald uitbundig zouden reageren op hun droomberoep.

Het vak van pornoacteur staat niet heel hoog aangeschreven zo ergens tussen drugsdealer en oplichter , terwijl er — althans, in Amerika — wel degelijk een aardige boterham mee valt te verdienen. Afgezien van vervelende bijkomstigheden die pornosterren tijdens hun overwegend liggende loopbaan tegenkomen — sociaal isolement, seksuele afstomping — is er één reden om deze carrièremove misschien toch maar af te blazen: Van de pornosterren die tussen en werkzaam waren, verlieten er 51voortijdig het leven: Toch waren er in de muziekindustrie tussen en maar negen drugsgerelateerde doden en twee zelfmoorden.

Er zijn walgelijke christelijke websites die zich verkneukelen over dit hoge sterftecijfer. Christenen noemen het een straf van God dat de gemiddelde levensverwachting van een pornoster — volgens hen — slechts 37,43 jaar is, tegen 78,1jaar van de gemiddelde Amerikaan. Het is moeilijk te achterhalen of dit christelijke gemeesmuil klopt of niet. Als de KIJK-redactie mij zou vragen of als auteursfoto in plaats van het normale guitige portretje eens een plaatje van mijn voortplantingsorgaan mogen plaatsen, zal ik waarschijnlijk weigeren.

Mijn handen en oren mag iedereen bekijken, mijn zaakje is voor een beperkt aantal ogen. Het opmerkelijke aan genitaliën is: Althans, onder normale omstandigheden. De afgelopen maanden verschenen er verontrustende berichten over een toegenomen gedrag genaamd sexting: Via apps als Tinder en Snapchat schijnen volksstammen jongeren elkaar hiermee te bekogelen.

Twee jaar geleden deed de Universiteit van Antwerpen onderzoek onder vijfhonderd tieners tussen 15 en 18jaar. Een van de oorzaken hiervoor was volgens de onderzoekers peer pressure, oftewel groepsdruk. De vraag is waarom we willen dat de ander ons bloot ziet. Het verlangen naakt voor de ander te verschijnen is volgens onderzoekers hard-wired in onze hersenen en waarschijnlijk al miljoenen jaren oud.

Onze voorouders deden het, en ook apen wapperen hun plassers en billen opgewekt in het rond. Het tonen van geslachtsdelen was en is een manier om zowel seksuele interesse te uiten als die bij een ander op te wekken. De wetenschap dat men wordt begeerd is voor veel mensen opwindend — en dan vooral voor vrouwen aldus wetenschappers. Onderzoek wijst uit dat vrouwen de gedachte dat mannen hen seksueel aantrekkelijk vinden dankzij het tonen van nu naakte lichaam, belangrijker vinden dan de eventuele consequenties van dit gedrag.

Volgens recente studies zou bijna de helft van de vrouwen weleens fantaseren over striptease of paaldansen. Dat valt dus wel mee. Kijken of het wordt geplaatst. Volgens wetenschappers een marginaal verschijnsel in het dagelijks leven dat door slechts een handjevol mensen wordt geapprecieerd of gepraktiseerd.

Met name in pornografie is multiple partner sex een heel gangbaar thema. Er zijn in pornografie vele subgenres die aan deze wensgedachte voldoen. Bij een meerderheid van deze gangbangs is een vrouw het middelpunt en zwermen mannen om haar naakte lichaam, als spermatozoïden om een eicel. Bij een gangbang is deel van de lol dat de vrouw niet weet welke mannen er allemaal een poging gaan wagen haar vruchtbaarheidskanaal te penetreren.

Gangbangen heeft inmiddels een grote vlucht genomen. Verschillende zakenvrouwen hebben zich in dit genre gespecialiseerd: Natuurlijk hoort bij een officieel Wereldkampioenschap ook een officieel Wereldrecord.

Dat werd op 16 oktober in de Poolse hoofdstad Warschau gevestigd door de Amerikaanse l. Deze getrouwde actrice, die in de Universiteit van Kentucky verliet met een Master of Arts-degree, bediende die dolle avond maar liefst verschillende mannen in 7,5 uur.

Daarbij steekt het mannelijke record nogal schril af. De Amerikaan Jon Dough, artiestennaam van Chester Anuszak ik verzin dit niet , had in seks met vrouwen, waarbij hij vijf of zes orgasmes had. Hij is er niet gelukkiger van geworden. In pleegde hij op jarige leeftijd zelfmoord. Laat jij de hond uit? Al nagedacht over je morele standpunt over groepsseks?

Dat was immers het huiswerk van vorige maand. Seks in het openbaar, seks in groepen; het is tegelijkertijd een wereldwijd taboe en een eeuwenoude fascinatie. We zijn mateloos geïnteresseerd in seks met meerdere mensen.

In sommige culturen is het geaccepteerd gedrag dat twee pas getrouwden hun huwelijk inwijden in het bijzijn van hun familie, in andere culturen is het genoeg als de bewijzen hiervoor een bebloed laken publiekelijk worden getoond.

Seksfeesten, bacchanalen en orgies zijn zo oud als de oudheid zelf. Al in de vijfde eeuw voor Christus waren er initiatiefeesten waar men ter ere van de goden massaal seksuele handelingen verrichtte, liederlijk zoop en luisterde naar luidruchtige muziek onder de grote rivieren staat dit nog steeds bekend als carnaval.

Er zijn allerlei zogenoemde paren- of swingersclubs, waar echt- paren in groepsverband aan elkaars plassers kunnen zitten. Daarnaast worden er op veel plaatsen avonden georganiseerd waar een of meerdere vrouwen seks hebben met grote groepen mannen.

Tijdens deze gangbangs is het niet ongebruikelijk dat één enkele vrouw door tientallen mannen wordt gepenetreerd. In veel gevallen zijn de vrouwen niet te beroerd om toekijkers ook even behulpzaam naar hun hoogtepunt te brengen. Inmiddels is dogging een wereldwijde tijdsbesteding van Brazilië en Amerika tot Nederland , maar Engeland blijft.

Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat slechts 1procent van de vrouwen het idee van groepsseks voor zichzelf aantrekkelijk vindt, tegen 13 procent van de mannen. Daarover volgende maand meer en niets houdt je tegen deze keer zelf het huiswerk te bedenken. Een groepje kinderen heeft een feestje op de kamer van de jarige.

Beneden maken de ouders zich zorgen. Ik hoorde het toen ik een jaar of tien was, midden in de vrijgevochten jaren zeventig, van nota bene mijn eigen vader zelf een kettingroker. Hoewel ik vrij zeker weet dat mijn ouders nooit hebben meegedaan aan erotische groepsuitspattingen, stonden zij er moreel niet afwijzend tegenover.

Ze waren lid van de NVSH, een club die streed voor seksuele hervorming en het bespreekbaar maken van seksuele voorkeuren. De NVSH organiseerde en organiseert nog steeds avonden waar vrijgezellen en stellen zich in het openbaar naar hartenlust aan elkaar overgaven. Die openbaarheid is opvallend, want over het algemeen zoeken mensen — meer dan onze naaste diersoorten — privacy bij oprispingen van fysieke lust. Antropologen zien het als een van de sterkste en meest wijdverspreide taboes: Volgens sommige wetenschappers doen we dit omdat we tijdens seks weerloos zijn voor aanvallen van roofdieren en vijanden.

Andere onderzoekers vermoeden dat onze hang naar afzondering te maken heeft met de angst met name bij vrouwen voor seksuele jaloezie en agressie. Omstanders zouden weleens op het idee kunnen komen om ook een poging tot bevruchting te wagen.

Wij zijn ons bewust van onszelf en onze handelingen. Net als piesen en poepen weten we dat seks bij onszelf en bij toeschouwers hilariteit en afschuw kan oproepen. Chimpansees zullen elkaar niet belachelijk maken als er eentje gaat zitten kakken of er twee even met elkaar rampetampen, Maar dan zitten we met de volgende vraag. Door de eeuwen heen hebben mensen zich in het bijzijn van anderen aan elkaar vergrepen. Van Caligula tot Berlosconi, van middeleeuwse zoenfeestjes tot hedendaagse gangbangs.

Dan werd de klas verdeeld in twee groepen die elkaar verbaal te lijf moesten over een bepaald onderwerp. Halverwege ging er soms een kookwekker af, waarna de leerringen het tegenovergestelde standpunt moesten verdedigen. Het leerde ons argumenten van tegenstanders voor te zijn. Aan dit vak moest ik denken toen ik de voorbereiding deed voor dit stukje. Aanvankelijk dacht ik dat er niet veel over het onderwerp viel te zeggen.

Seksuele uitspattingen tussen leden van dezelfde sekse zijn bij onnoemlijk veel diersoorten gerapporteerd. Sterker nog, grosso modo mogen we stellen dat bij alle diersoorten die seks hebben homoseksueel gedrag voorkomt.

Van wormen tot schapen, van pinguïns tot gieren: Je zou zeggen van wel, maar niet iedereen vindt dat. Tijdens mijn zoektocht naar achtergronden vond ik veel pseudo- wetenschappelijke artikelen van strenggelovigen die het hebben over de homosexuality in animals-myth; de mythe dat dieren homoseksueel kunnen zijn. Godsdienstfanaten zien homoseksualiteit als een onnatuurlijke zonde. Heerlijk hoe devote christenen en moslims openlijk anderen hun geluk en plezier misgunnen.

Wanneer ik in de beslotenheid van mijn eigen slaapkamer graag het geslachtsdeel van een andere man in mijn hand, mond of anus zou willen nemen, vinden veel religieuzen dat ik hen eerst om de toestemming van hun godheid moet vragen. En nu gaat er een kookwekker af. Een van de argumenten van gelovigen is dat het feit dat homoseksueel gedrag bij dieren voorkomt, niet per se betekent dat dieren ook homoseksueel zijn.

Seksuele geaardheid is een menselijke uitvinding, die niet op insecten of andere niet-menselijke beesten kan worden geplakt. Een ander christelijk argument is dat kindermoord, verkrachting en kannibalisme onder veel diersoorten gangbaar zijn, maar dat we nooit zullen aanvoeren dat het daarom ook voor mensen natuurlijk gedrag is.

Gelukkig gaat de kookwekker weer af. Ik ga nu direct argumenten formuleren om de religieuze antihomostandpunten verbaal te lijf te gaan. Lang geleden moest ik voor een tv-programma op bezoek bij een paardenstoeterij; een manege waar paarden werden gefokt. Een van hun hoofdactiviteiten was het produceren van hengstenzaad. Vroeger mocht een hengst een vrouwtje nog zelf bestijgen, maar dan kon hij slechts een beperkt aantal merries bevruchten. Lucratiever was het om het sperma op te vangen en te verdelen over zoveel mogelijk vrouwtjes.

Tijdens de reportage bij de stoeterij was het mijn taak een buis ter grootte van mijn onderarm over een opdringerige paardenworst heen te schuiven op het moment dat het mannetje steigerend een leren nep-vrouwtje besteeg.

De copulatie met de buis in mijn hand duurde niet lang; al na een paar seconden kwakte de hengst een theekopje zaad vol, met de kracht van een cappuccino-opschuimer. Dat het paard hierbij ejaculeerde is een feit dat was het doel van de hele onderneming , maar of hij hierbij ook een orgasme had, is een vraag waarover ik mijn donkerblonde koppie eigenlijk nog nooit had gepijnigd.

Hoe zouden we dat kunnen weten? Zoogdieren lijken plezier te beleven aan seks, maar of ze daadwerkelijk een hoogtepunt bereiken, is lastig te bepalen. In een filmpje dat een tijdje geleden viral ging, zagen we hoe een boer tijdens de kunstmatige bevruchting van een varken het beest met zijn handen genitaal stimuleerde, omdat dit zorgde voor een toename van 6 procent biggetjes ten opzichte van varkens die niet waren gevingerd.

Of de zeug hierbij ook een orgasme had, is moeilijk te bepalen. Onderzoekers kunnen mensen simpelweg vragen of ze bij de seks zijn klaargekomen, maar dieren houden hierover wijselijk hun mond. Wetenschappers luisteren daarom naar geluiden en kijken naar lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen, waarna ze een vergelijking maken met onze geluiden, lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen. Dat blijft natuurlijk een zaak van interpretatie.

Primaten, met name mensen, tonen gevoelens als pijn en genot voor een groot deel via hun hele gezicht, maar andere zoogdieren doen dit alleen met hun ogen of oren. Paarden hebben zeer expressieve oren, al moet ik bekennen dat ik bij het opvangen van paardenzaad daar niet op heb gelet. Mannetjesmakaken hebben een bepaalde getergde gezichtsuitdrukking op het moment van hun ejaculatie die doet vermoeden dat zij op dat moment inderdaad een orgasme ondergaan spiertrekkingen en vreugdekreten.

Vrouwtjesmakaken hebben die uitdrukking niet; althans niet als ze worden bereden door een mannetje. Er zijn wel gevallen bekend van makakenvrouwen die elkaar weten te brengen naar een ogenschijnlijk hoogtepunt en dito gezichtsuitdrukking, maar dat wordt het onderwerp van volgende maand: Een oom van mij had een vreemd gevoel voor humor. Soms zei hij, zittend op de bank, met een sigaret in zijn hand en een glas vieux op tafel: Laatst zat ik met mijn kinderen te kijken naar een programma waarin zangeres Anita Meyer optrad.

Hoe belegen de grap, ik kopte hem in. Mijn oudste zoon vroeg wat een temeier was. Mijn jongste zoon had een betere vraag: Dat had ik me dan weer nooit afgevraagd en daarom besloot ik mijn zoons ter plekke in te wijden in de wondere wereld van de etymologie, de herkomst van woorden. Temeier komt van het Hebreeuwse woord temea, dat onrein betekent. In het Jiddisch is een temeierspiese een hoerenhuis, temeieschieppers zijn hoerenlopers.

Er zijn taalkundigen die denken dat het woord oorspronkelijk uit Amsterdam komt. Een ander geschikt woord om uit te pluizen was lichtekooi. Etymologen zijn het niet helemaal eens wat de herkomst van het woord is. Een lichtekooi zou dan iemand zijn die bij het lopen zijn of haar kont optilt. Onder prostituees zou dit een gangbare manier zijn om klanten te lokken: Maar er is een andere mogelijke betekenis.

In het Middelnederlands kan kooi ook slaan op een vrouwelijk geslachtsdeel. Er is een klucht bekend uit waarin een vogel een metafoor is voor een mannelijk geslachtsdeel. De vogel wordt gehouden in een kooi. Het laatste woord dat ik met mijn kinderen opzocht, kwam uit het Amerikaans.

Hooker is een woord dat iedereen kent, maar wat is de herkomst? Er zijn twee verklaringen. De leukste is dat het woord is afgeleid van een bevelhebber ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog. Die waarschijnlijk overigens ook rookten en dronken. Onlangs wilde ik in een verhaal verwijzen naar de Italiaanse acteur Rocco Siffredi, die volgens Wikipedia in ruim pornografische producties zou hebben gespeeld, tussen en het jaar dat hij besloot meer tijd te willen besteden aan zijn kinderen.

De Italiaanse acteur was volgens zijn biografie voornamelijk gewild vanwege de afmetingen van zijn voor dat soort arbeid handige vleselijke werktuig van 22 centimeter. Dat was, in marketingtermen, een unique selling point.

Het is altijd moeilijk voor te stellen dat de porno-industrie precies is wat het woord zegt: Een vakgebied, met werktijden, arbeidscontracten en marktmechanismen. Dat er hard wordt gewerkt blijkt wel uit de werklust van Siffredi: Zelfs als je hobby je beroep is, is dit een indrukwekkend aantal. Ik weet niet met hoeveel actrices Siffredi gemiddeld figureerde, maar laten we eens voorzichtig aannemen dat dat er twee per film waren.

Omdat ik heimelijk gefascineerd was door deze zakelijke aantallen, zocht ik naar wetenschappelijke informatie over het onderwerp. Al snel kwam ik terecht op een site genaamd International Adult Film Database, een gigantisch overzicht van alles wat er op pornografisch gebied is verschenen.

De succesvolle site komt uit de koker van Peter van Aarle, een Nederlandse internetlegende die in op zijn 42ste overleed. Van Aarle had een fenomenale encyclopedische kennis van pornografie. Al in de vroege jaren tachtig begon hij deze te rubriceren, wat de basis vormde voor zijn site. Begin dit jaar publiceerde de Amerikaanse journalist, blogger en onderzoeker Jon Millward het resultaat van een uitgebreid onderzoek naar Van Aerles database. Er is veel bekend: Millward besloot diep in het onderwerp te duiken, in de hoop algemene gedachten over pornografie te kunnen bevestigen of ontkrachten.

Pornoacteurs zijn vooral erg doorsnee. De gemiddelde cupmaat van de vrouwelijke acteurs was bijvoorbeeld B- en niet dubbel D, zoals je wellicht zou verwachten.

Wat wél klopte was dat mannen meer sekspartners hebben dan vrouwen, althans in de porno-industrie. De meest actieve mannelijke sterren hadden geacteerd met meer dan duizend vrouwen, zoals het Italiaanse prijsdier Siffredi met zijn hengsten penis waar zijn naam naar zou verwijzen. Mooie bevindigen van Millward, die ik zeker kan aanraden voor wie is geïnteresseerd in de zakelijke en antropologische kant van porno. Rond de tijd dat dit stukje verschijnt ben ik te gast bij de illustere radioshow Vrouwen met knoppen wekelijks uitgezonden op KX Radio.

In dat twee uur durende praatprogramma worden mannelijke cabaretiers, muzikanten, deejays, acteurs, schrijvers en andere bekend heden door twee presentatrices openhartig ondervraagd over liefde, vrouwen en seks. En dan niet die aan een mengtafel. Want vrouwen hebben op hun lichaam inderdaad ook twee enigmatische knopjes. Mannen hebben die overigens ook, maar met een andere functie. Althans, zo lijkt het. Zoals met zoveel in de wetenschap zijn er ook over het hoe en waarom van tepels verschillende theorieën.

Dat zal zijn omdat het antwoord voor de hand ligt: En toch ligt de zaak ingewikkelder, volgens een onderzoek uit Wat is het dat mannen tepels voornamelijk zien als vleesmagneten voor hun lippen en vingers? Het gangbare antwoord was dat mannen graag aan tepels willen lurken, omdat ze dat als baby ook hebben gedaan. Dit is een verklaring een beetje wringt, want vrouwen hebben ook aan de tiet gelegen en niet alles wat we als kind graag deden, doen we als volwassene nog steeds.

Dat is belangrijk voor de band tussen moeder en kind. Recent onderzoek, onder andere aan de Universiteit van Atlanta, bevestigt dat oxytocine ook vrijkomt als iemand anders de tepels van een vrouw stimuleert, bijvoorbeeld een geliefde. De oxytocine die dan door haar hersens jaagt, zorgt ervoor dat de vrouw zich zal binden aan degene die, om het maar eens plat te zeggen, aan haar knoppen zit. Ze zal haar toewijding op die persoon richten. De focus van mannen op tepels is, volgens deze theorie, niet zozeer een geconditioneerde herinnering aan een allang vervlogen babytijd, maar geëvolueerd pragmatisch gedrag.

Neemt een man een vrouwentepel in zijn mond, en hij zal worden gekoesterd met liefde en aandacht. Benieuwd of dit nog ter sprake komt in Vrouwen met knoppen. In de vorige KIJK had ik het op deze plek over een wetenschappelijk onderzoek uit , waarin werd geconcludeerd dat heteroseksuele vrouwen, in tegenstelling tot homoseksuele mannen, geen seksuele voorkeur zouden hebben voor grote penissen.

Dat was in de tijd van democratisering en nivellering. Jarenlang dacht men dat er gold: Daar is men de afgelopen tijd op teruggekomen. Althans, sommige onderzoekers zijn daar op teruggekomen. Wie zich erin verdiept, komt erachter dat er onnoemelijk veel verschillende opvattingen bestaan over het mannelijk geslachtsdeel. Sommigen denken dat vrouwen de dikte van de penis prefereren boven de lengte, anderen zijn het daar niet mee eens.

Velen beweren dat mannen van verschillende rassen verschillende gemiddelde erectielengtes hebben, maar enkelen beweren juist dat dit een onverwoestbare mythe is, zoals oudere mannen gemiddeld ook geen kleinere pikken hebben dan jongere goed dat dat eens wordt gezegd. Ook over de gemiddelde lengte van een penis is veel geschreven.

Op internet vliegen de gemiddelden ons om de oren. Iedereen is het er over eens dat erecties groter zijn dan slappe plassers, maar daarmee houdt het generaliseren op. Kun je aan een slap pikkie ook iets zeggen over het volle ornaat? In verscheen in het Journal of Urology een studie die aantoonde dat de lengte van een erectie niet valt te voorspellen aan de hand van een blik op de slappe penis van de man.

Er zijn volgens dit onderzoek twee varianten. Alleen als je een slappe penis uitrekt, kun je zijn lengte in erectie voorspellen, bleek in Dat is nog eens een tip. Hebben vrouwen ook een voorkeur voor grote slappe penissen? Het antwoord hierop kwam uit Australië, waar twee onderzoekers een groep van vrouwen losliet op met de computer gemanipuleerde beelden van naakte mannen. Terwijl die grootte dus feitelijk niets zegt over de erectielengte. Waarom zouden vrouwen een voorkeur hebben over grote mannelijke geslachtsdelen, al dan niet in erectie?

Andere wetenschappers spreken dit echter fel tegen. Kortom, de debatten en vragen over de grootte van de penis zullen de wetenschap nog lange tijd bezighouden. Goed nieuws, want het is een heerlijk onderwerp om — al dan niet wetenschappelijk slap over te lullen. Om redenen die buiten deze column liggen mijn vrouw ga ik sinds kort twee keer per week naar de sportschool. Vrouwen hebben hupla, nu heb ik het er toch over — qua mannenuiterlijk waarschijnlijk enkele genetisch bepaalde voorkeuren.

Ze houden in de regel van lange mannen, ze houden van brede schouders en smalle tailles én ze lijken grote geslachtsdelen te prefereren boven kleintjes. Twee van deze drie zijn goddank faits accomplis, maar eentje valt een heel klein beetje bij te trimmen en dan heb ik het niet over penisverlengende operaties, maar over loopbanden en roeiapparaten. Mijn sportschool is gevestigd op een plek waar vroeger een beruchte homodiscotheek zat: Staande onder de douche van de sportschool dacht ik eraan hoe ik ooit op exact dezelfde plek werd aangesproken, alweer 27 jaar geleden.

Als eerstejaarsstudent hielp ik een jon gen uit mijn studiegroep. Hij was net uit de kast en wilde jongens ontmoeten, maar durfde niet in zijn eentje naar binnen. Uiteindelijk vond hij zonder probleem aanspraak. Ik bleef alleen achter. Zelden in mijn leven ben ik zo populair geweest. In een discotheek althans. Ik had moeite ze van me af te slaan, de mannen. Nu waren destijds de omgangsvormen in het homoseksuele minnespel doorgaans directer dan in de gemiddelde heterowereld.

Blijkbaar nogal een issue, in die kringen. Terug van de sportschool ben ik op zoek gegaan naar het schoonheidsideaal van homoseksuele mannen in relatie tot heteroseksuele vrouwen. Lijkt de genetisch bepaalde voorkeur van vrouwen voor uiterlijkheden van mannen op die van homoseksuele mannen? Enzo stuitte ik op de psychologen Glenn Wilson en David Nias. Grappig om te lezen dat men toen blijkbaar nog dacht dat vrouwen geen voorkeur voor grootgeschapen mannen hadden.

Inmiddels is dat alweer geruime tijd voer voor discussie. Daarover volgende maand meer — als ik 5 kilo aantrekkelijker ben.

In het buitenland herkennen we Nederlanders onmiddellijk, ook als we ze niet horen praten. Mensen hebben het vermogen razendsnel soortgenoten te kunnen peilen en indelen.

Met behulp van honderden fysieke en culturele parameters stellen wij onbewust vast tot welke sociale klasse iemand behoort, wat zijn of haar intenties zijn en welke nationaliteit hij of zij heeft.

Die kleine registraties huidskleur, lengte, kledingkeuze, kapsel, schoenen, gedrag analyseren we in noodtempo. Volgens evolutionair psychologen ontwikkelden we dit vermogen in de tijd dat we nog over de savanne zwierven en snel moesten bepalen of vreemdelingen een potentieel gevaar vormden. Laatst was ik met een fotograaf in Stockholm voor een gids over het Stockholmse uitgaansleven. Lopend tussen twee hotspots werden wij op een plein aangesproken door twee vrolijke blondines.

Onmiddellijk stelde ik vast: Achteraf gezien kan ik dat makkelijk uitleggen, maar in die halve seconde moet ik gekeken hebben naar het wit van hun haar, de trekken van hun gelaat, de kleur van hun lippenstift en de weinige kleren die ze ondanks de kou droegen.

De vrouwen vroegen de fotograaf en mij in het Engels wat we van Stockholm vonden. Een van de vrouwen riep uitbundig dat wij vast in waren voor a bit of fun. Ze bewoog daarbij uitdagend met haar borsten, als was er een correlatie tussen mijn plezier en haar bovenlichaam. Mijn parameteranalysecentrum stelde direct vast dat dit gedrag iets te frivool was voor een normale ontmoeting en mogelijk gevaarlijk. Iedereen die de actualiteit volgt, weet dat Zweden en Nederland een omgekeerd prostitutiebeleid hebben.

In Nederland is prostitutie legaal, maar wie illegaal geld aanneemt voor seks is strafbaar. In Zweden is prostitutie verboden, maar alleen voor klanten. Daar ben je strafbaar als je betaalt voor seks, maar niet als je geld aanneemt.

Mannen die er in hun ogen, besef ik nu, ook uitzagen als potentiële hoerenlopers. Vorige maand schreef ik over een ietepetieterig stukje van het mannelijk lichaam, verborgen in buurt van de anusbuis: Prostaat… G-plek …Tijd het eens nader te hebben over dat vreemde, tot de verbeelding sprekende plekje genaamd G.

Volgens de naamgever, gynaecoloog Ernst Gräfenberg, zouden vrouwen ergens in hun vagina een met zenuwen gevuld stukje bindweefsel hebben dat hetzij een erogene zone hetzij een uitloper van de clitoris zou zijn. Als deze G-spot de naam kwam pas in de jaren tachtig in zwang wordt gestimuleerd, zouden vrouwen een heviger en bevredigender orgasme beleven dan bij stimulatie op andere manieren en op andere plekken.

Daar zijn althans sterke aanwijzingen voor. Zouden …zou…Het lijkt een beetje op een tv-format: Vrouwen zouden nog meer vaginale erogene zones hebben: Toch is het bestaan van deze spots aan de binnenkant van de vagina nog steeds niet bewezen.

Sommige vrouwen zweren dat zij een binnenbeens gebiedje bezitten dat hen erg veel genot geeft, maar daarnaast zijn er even zoveel vrouwen die zich er bijna voor schamen dat zij het plekje niet kunnen vinden. Sommige wetenschappers hopen een oplossing te hebben gevonden met hun vermoeden dat dat de G-plek niet zozeer een klein specifiek genotspuntje is, maar een heel gebied.

Helaas is ook dat nog niet bewezen. Vrouwen werden de afgelopen jaren ondervraagd, ze werden na hun dood opengesneden en op alle mogelijke manieren werd er gesnuffeld en gezocht. Begin bestudeerde een Amerikaanse uroloog genaamd Amichai Kilchevskyeen honderd verschillende onderzoeken van over de hele wereld, waarna hij tot de conclusie kwam dat hij niet tot een conclusie kon komen — en dus het bestaan van de G-spot vooralsnog moest ontkennen.

Kortom, het is een mysterie en het pleit is nog lang niet beslecht. Onlangs zag ik bij De Wereld Draait Door een straatinterview waarin voorbijgangers moesten uitleggen waar volgens hen de prostaat zit. Zoals vroeger vakantiegangers nooit op een landkaart konden aanwijzen waar ze zich bevonden, zo hadden veel van deze voorbijgangers slechts een vage notie over de plek van de prostaat.

En toen kreeg ik wat vage probleempjes. Mijn huisarts luisterde vriendelijk en even later maakte zijn wijsvinger kennis met een gebied waar, zoals de Amerikanen zeggen, de zon nooit schijnt. Inmiddels had ik me op internet ingelezen in het orgaantje. De prostaat wordt voorstanderklier genoemd omdat hij bij de uitgang van de blaas zit, gedraaid om de plasbuis.

Het orgaan is zo groot als een kastanje en bestaat uit miljarden buisjes, annex vochtfabriekjes. De belangrijkste functie is de aanmaak van spermavloeistof. Niet de zaadcellen zelf, maar het drabbige melkvocht dat de spermacellen begeleidt op hun verrassingstocht naar buiten. Deze prostaatmelk bestaat voor een groot deel uit suikers; vandaar dat sperma een zoetige smaak heeft heb ik me laten vertellen. Maar er is meer. Het schijnt mogelijk te zijn om de prostaat van buitenaf te stimuleren.

Het betasten van een prostaat voelt in het begin — naar verluidt — alsof er nodig moet worden geplast, maar hoe zachter de strelingen, hoe groter de kans dat een man — naar verluidt spectaculair klaarkomt. De prostaat wordt dan ook wel de mannelijke G-plek genoemd. Zo dom was de vraag van mevrouw dus niet. Over deze G-plek en welk plezier die — naar verluidt — kan geven, de volgende keer meer.

Onlangs schreef een site over de ooit door mij bedachte meisjesnaam Phileine, die aan een opmars bezig is in werden er Phileines geboren, waarmee de naam populairder was dan blijvertjes als Amélie, Stella en Nynke.

Er zijn ook al een paar jongens genaamd Giph en een paar meisjes met de mooie naam Sarnarinde. De naam Gulpje, een ander door mij bedacht personage, is helaas nog niet geleend. Er zijn veel plekken op internet waar men zich met namen bezighoudt. Misschien wel de vermakelijkste is Vernoeming.

Namendeskundige Maarten van der Meer heeft daar honderden weetjes en lijsten verzameld over zowel voor- als achternamen. Geweigerde namen, vreemde namen, beladen namen er worden nog steeds Adolfjes geboren , opmerkelijke voorlettercombinaties, moeilijke namen Bouüaert, Burghgraëf, Dierckxsens , ongelukkige voorletters dhr. Nuss en natuurlijk gore namen.

Nu is een voornaam iets wat mensen van hun ouders krijgen, en wellicht zouden die wat langer nadenken als ze zouden weten dat Pornpis, Rampaal, Rukman, Shit, Tampie, Tietje mensen heten zo of Vaginarovna in Nederland misschien toch wat vreemd klinken.

Met achternamen is het anders: Ook daar heeft Van der Meer fraaie voorbeelden van. Al is een achternaam maar een achternaam, toch lijkt het mij vrij vervelend om voortdurend blikken te krijgen na het noemen van een naam als Beffert, Cutzien. Maar mensen zijn niet helemaal vrij om zelf een nieuwe naam te kiezen. Indien mogelijk moet een nieuwe achternaam lijken op de oude. Ook hiervan staat op Vernoeming. Zo liet meneer Hardebil zijn naam veranderen in Hardebol.

Familie Rotmensen mocht zich Rootmensen noemen. En misschien wel de bekendste was een meneer Kloot die als Kyvon verder mocht. Zijn zoon André vond dat als artiestennaam niet handig. Die noemde zich liever Van Duin. Kortom, voor wie zich wil verliezen in heerlijk studentikoos naamplezier is Vernoeming. En Tip is dan weer de voornaam van mijn dochter, maar dit geheel terzijde.

Een paar jaar geleden mocht ik in Italië een promotietour maken. Hoewel ik een roman had geschreven over een topkok gingen de gesprekken met Italiaanse interviewers voor het merendeel over… Nederland.

En dan vooral over ons walgelijke prostitutiebeleid in Italië komt dat niet voor , ons smerige druggebruik daar doen Italianen niet aan en onze afschuwelijke euthanasiewetgeving we zullen branden in de hel. Het werd steeds duidelijker dat Italianen Nederlanders zien als drugsverslaafden die voor een bezoek aan de hoeren eerst wat bejaarden om zeep helpen. Waarbij aangetekend dat er in Italië procent meer drugsdelicten plaatsvinden dan hier, het cannabisgebruik er hoger is en dat het aantal verkrachtingsslachtoffers elkaar nauwelijks ontloopt.

Vorig jaar sprak ik een Amerikaan, die ook nogal wat vooroordelen over Nederland bleek te koesteren. Volgens hem wonen wij in een losgeslagen red light district waar ouders hun kinderen aanmoedigen liederlijkheden te begaan. Een klein hoofd en kleine billen     maar véél fut: Forse borsten,forse dijen,     forse kut. Alhoewel die vijftiende-eeuwse erotica voornamelijk een sociaal-historisch belang hebben, mogen we toch hun literair-historische betekenis niet onderschatten.

Inderdaad, deze poëzie was een reactie tegen het verheerlijken van de vrouw op een manier zoals die door de troubadours was ingezet. Het is een historisch feit: Bewonderende kreten en lovende uitroepen slaken omdat Tristan en Isolde de nacht doorbrengen met een zwaard tussen hen in, getuigt van de volstrekte miskenning van een menselijke, gezonde levensopvatting. In de klassieke literatuur werd de liefde tussen man en vrouw behandeld als een zuiver fysieke aangelegenheid.

Het was pas in de elfde eeuw, dat ze door de troubadours op een louter imaginair plan gebracht werd, waar ze niet thuis hoort. Nog steeds trouwens gaat de bellettrie en haar nevenverschijnselen het chanson, de film, de publiciteit voort ons de gepassioneerde, geestelijke liefde tussen man en vrouw als de sterkste en meest begerenswaardige binding tussen twee menselijke wezens voor te schotelen.

En als de meest onverwoestbare. In de vijftiende eeuw werd deze opvatting aldus gekritiseerd: Het is ook in deze geest, dat wij de beschrijving van afgetakelde lichamen moeten lezen, een onderwerp erg door de priapeeën-dichters geliefd. Dit soort priapeeën zijn zo rijk aan scheldwoorden, dat ze een onuitputtelijke mijn zijn voor iedere filoloog.

Ook op dit gebied werd er in de zeventiende eeuw geen nieuw facet bijgepolijst. Het moet nogmaals uitdrukkelijk worden onderstreept, dat nog steeds in de vijftiende eeuw de priapeeën niet samengebracht en uitgegeven werden in afzonderlijke bundels zoals in de zeventiende eeuw—een traditie die heden nog voortgezet wordt.

De priapeeën maakten deel uit van de gewone 'lopende' produktie van de dichters. De Parnasse Satyrique du XVe siècle heeft met de beruchte bundel uit de zeventiende eeuw alléén de naam gemeen. Het is een bloemlezing van 'obscene'gedichten uit de vijftiende eeuw in door Marcel Schwob samengesteld, uitgegeven en door hem naar analogie van de zeventiende-eeuwse bundel aldus getiteld.

Hieruit nog de volgende priapee, door hem toegeschreven aan Jean Molinet , historiograaf van het huis van Bourgondië: Dit maagdeken dat spitse borstjes draagt, met ogen liefelijk en groen als gras, behandel haar niet ruw of uit de pas, maar doe met haar zo zoet als liefde vraagt. Ontkleedt u net zover als 't u behaagt en vlij haar achterwaarts op een matras,     dit maagdeken Vervolgens, als uw warme lust opdaagt, omstrengelt u haar; zij wordt week als was, haar knieën openen zich dan alras: Met één been in de vijftiende en met een ander been in de zestiende eeuw staat iemand als Roger de Collerye , die ik noem, omdat bij hem een traditie begint zoals wij die in de volgende eeuw bij veel belangrijke auteurs zullen aantreffen: De priapee is vanaf heden niet meer zo vanzelfsprekend geïntegreerd in het oeuvre van de dichters als voordien.

Bij hem lezen wij zowel: Geilheid vernietigt jonge en oude mannen, bederft, vernielt, vermoordt ze; jaagt ze vlug tot kindsheid in hun kindertijd terug Ik moet een vrouw of meisje niet, als zij niet snel en welgemoed haar broekje naar beneden doet en mij haar open schelp aanbiedt.

Een figuur die we zeker uit dit kort historisch bestek van de priapee niet mogen weglaten is de man die waarschijnlijk voor het eerst 'Priapus' als dusdanig in de Franse literatuur binnenbracht.

In het volgend 'rondeau des barbiers' wordt Priapus inderdaad voor het eerst genoemd. Er wordt gezinspeeld op het feit dat Frans I na zijn kwetsuur bij de slag van Marignan zijn haar kort liet knippen maar de baard liet groeien—onmiddellijk door gans het hof geïmiteerd. Deze mode was meteen gelanceerd t. Arme barbiers, voor u is het wel zwaar te zien hoe edellieden met kort haar en baard getooid gaan. Hoe moet u uw brood voortaan verdienen? Want uit eerbied-groot verbiedt men straks het scheren allegaar!

Maar klaag niet in uw nood, in ieder zweetbad ligt nog arbeid bloot: De auteur van deze regels is psalmvertaler Clement Marot Hij hoort hier niet thuis omdat hij Priapus geïntroduceerd heeft of omdat hij schitterende priapeeën geschreven zou hebben. Hij was daarvoor te zeer humanist in de zestiende-eeuwse betekenis van het woord, zodat de priapee hem te volks was. De volle maat van zijn kunnen gaf hij dan ook niet als hij erotica schreef.

Bovendien is het ook bij hem dat wij voor het allereerst lezen dat god de priapische literatuur geen al te gewillig oor verleende: Als God het niet verboden had en 'k vrijuit alles schrijven zou, versloeg ik Aretino gauw met vijftien verzen uit mijn klad.

Van Martialis maakte hij daarom die epigrammen populair waarin het werkwoord 'futuere' neuken niet voorkwam. Maar Marot is voor ons onderwerp zo belangrijk, omdat hij als een van de eerste schrijvers bewust de priapee gaat gebruiken als wapen in de ideeënstrijd: Een vette prior streelde, zoende, naaide vroeg in de morgen in het bed zijn knaap, terwijl aan 't spit reeds z'n patrijsje draaide Versregels die ons doen denken aan de 'ballade, zijnde een verweergedicht tegen Franc Gontier' van Francois Villon: In 't rijk vertrek, bekleed met zware zijde, lag de kanunnik, uitgezakt en vet.

En minnares Sidoine aan zijn zijde, was zacht en teer en lieflijk geblanket. De invloed van Villon op Marots satirisch werk is trouwens niet te loochenen, te meer, daar we weten dat Marot in opdracht van Frans I, de eerste behoorlijke en volledige uitgave bezorgde van Villons werk Onze psalmvertaler vond de priapee—net als zijn satirische 'coq a l'asne'-gedichten—een uitstekend middel om bij het volk de katholieke priesters belachelijk te maken, en langs deze weg zijn kritiek op de katholieke godsdienst onder de niet-gevormde lezers te brengen: Broeder Thibaut, gezapig, vet en goor, trok 's nachts een meisje in nachthemd in zijn cel door 't tralieraam.

Eerst kwam haar arm erdoor, ook schouders, hals en hoofd passeerden wel en zelfs haar borsten; maar toen staakte 't spel: Wat moet 'k met armen, borst en hoofd versieren? Kom met je kruis erdoor, of ga maar heen, want zonder 't kruis kan ik geen feestje vieren! De kritiek op de katholieke geestelijken in deze zin is wel een traditie in de Franse poëzie sinds de elfde eeuw, zoals ik dat reeds noteerde bij Peire Cardenal en Marcabrun.

Maar zij kwam steeds van binnen uit, niet van buiten af zoals bij de protestant Marot. Marot was een godvruchtig man. De priapeeën zijn bij hem dus geen uiting van atheïsme; verre van dat. Ook maken zij de wereldlijke gezagsdragers niet belachelijk. Hij blijft in zijn priapeeën in het 'rechte' spoor lopen.

Hij is niet meer aan de katholieke kerk onderworpen, maar onderwerpt zich aan een ander gezag—alhoewel hij het in Genève niet lang zal uithouden! Wie Ronsard leest, wordt getroffen door een heidense geest die nog méér onafhankelijke geesten zal aankondigen. Bij Marot blijft de priapee scheldliteratuur, gericht tegen een bepaalde uitwas van een vijandig geloof of tegen een vijandige persoon, zoals het beruchte Epitaphe d'Alexis , dat de auteur heel wat moeilijkheden heeft bezorgd.

Typisch in dit verband is nog, dat zijn niet anti-papistische priapeeën duidelijk minder belangrijk zijn dan degene die in de gloed van de overtuiging geschreven werden. Als priapeeën doen ze daarom niet echt aan: Bovendien missen zij de ondertoon die wij zouden kunnen noemen: Die toon klinkt pas erg schuchter door bij de tweede generatie van de Renaissanceschrijvers. De eerste generatie—onder Frans I —was overdonderd geweest door de nieuwe ideeën die uit Italië en de oudheid waren overgewaaid.

Mensen als Budé trachtten nog het christendom met de ideeën uit de oudheid te verzoenen. Maar de tweede generatie die onder de laatste Valois Hendrik in aan het woord kwam bekommerde zich in de grond weinig meer om het christendom.

Het zijn de Pléiadedichters met hun onbetwiste leider Ronsard. Het christendom bepaalde nog wél hun gedachten en hun houding in de maatschappij, maar innerlijk beleefden zij deze godsdienst niet meer. En dat is wel belangrijk. Over hun werk waait ontegensprekelijk een paganistische geest: Lééf—neem mijn woord voor waar—wacht nimmer af,  maar pluk vooral vandaag de rozen van het leven!

Zoals de door en door katholieke Ronsard dicht kan men bezwaarlijk poëzie noemen op christelijke leest geschoeid. De strijd om de koningskroon en de godsdienstoorlogen die van tot Frankrijk in al zijn voegen deden kraken, droegen er niet toe bij dit paganisme in de kiem te smoren, zodat wanneer omstreeks de eeuwwisseling Frankrijk tot rust komt, de kaarten uitgedeeld zijn om het spel te beginnen met als inzet het Fais ce que voudras van Rabelais.

Priapus als onruststoker van Zelfs de Kronhausens in hun best-seller Wat is pornografie? Hermans , vrij gelezen, vrij geschreven, vrij verkocht mocht worden. Die mening gaat op—zij het met beperkingen—tot ; nadien beslist niet meer. Voor het schrijven van erotisch realisme zal Théophile de Viau in bijna, Claude Le Petit in wérkelijk branden. Na deze datum worden alle zg. Claude Le Petit, Saint-Pavin en vooral Maynard, circuleren uitsluitend in handschrift; het eerste Franse pornografische proza, L'escolle des filles , vermoedelijk door Scarron geschreven, wordt hardnekkig verdelgd.

Het Frankrijk van de Gaulle zet deze traditie trouwens voort. In de zeventiende eeuw namen net als nu, de ridders in de orde van de kuise ziel het op voor de wet van de gummiknuppel.

En vanuit hun standpunt met reden. Een nieuw begrip kwam rond de eeuwwisseling God en Vaderland op stelten zetten: Daar de priapeeën uit de zeventiende eeuw innig verbonden zijn met de geest van vrijheid die wij libertinage noemen, moeten wij even bij dit begrip stilstaan.

Rond de eeuwwisseling werden een aantal ideeën geformuleerd, neergeschreven, gepopulariseerd die altijd in de geest van de werkelijke vrije mensen hadden rondgespookt: De fundamenten van het christendom werden dus aangetast. Maar mét het negeren van het christendom, werden ook de sociale verhoudingen aangetast! De filosofen uit de achttiende eeuw, de rechtstreekse grondleggers van de revolutie die in het marionetten-theater grondig door elkaar schudde, zetten gewoon de denkbeelden voort die de zeventiende-eeuwse libertijnen hadden verdedigd.

Niet zonder reden zegt Diderot: Dat in de zeventiende eeuw deze ideeën uitbarstten, geformuleerd en gepropageerd werden, was voor een niet gering deel te danken aan de Reformatie en haar naweeën. De ware devoten hadden als reactie op de losbandigheid van de curia uit de veertiende en vijftiende eeuw hun revolutie gehad: Maar deze reformatie—Europa heeft er voor gebloed! De mensen die elkaar de hersenpan insloegen waren uiteindelijk broeders van dezelfde god van liefde.

Maar er zijn steeds lui geweest die sceptisch stonden tegenover godsdiensten met alleenrecht op zaligheid. Het schouwspel van de onverkwikkelijke gebeurtenissen die veroorzaakt werden door de elkaar doodknij pende concurrenten op het gebied der zielzorg, kan hun aantal alleen maar hebben doen toenemen. De godsdiensttwisten alléén verantwoordelijk stellen voor het doorbreken van een bewuste libertinage in het begin van de zeventiende eeuw, is echter onzinnig.

De filosofische basis van de libertinage is een gefundeerd scepticisme. De Essais van Montaigne waren omstreeks de eeuwwisseling zoveel als het lievelingsboek van ieder ontwikkeld mens, zowel in de stad als op het platteland. Maar minstens evenveel invloed had de epicurist Pierre Charron, wiens Les trois livres de la Sagesse een soort best-seller werden bij hetzelfde leespubliek.

Bovendien noemde ik reeds het Fais ce que voudras van de Thélémieten, waarmee Rabelais levensregels voorschrijft voor ontwikkelde en beschaafde mensen, gebaseerd op de volstrekte vrijheid van het individu.

Het is interessant die episode van Rabelais te vergelijken met het gedicht van François Payot de Lignière, zie tekst. Wie zich loswerkt van de geopenbaarde godsdienst is meteen los van haar moraalregels, zodat wij van de libertinage een dubbel aspect moeten beschouwen: Antoine Adam spreekt van een 'libertinage scandaleux' en een 'libertinage érudit'.

Robert Desnos heeft die twee aspecten van de libertinage weten te vangen in één enkel regeltje: Het is de 'liberté d'esprit' die de mensen in de zeventiende eeuw ertoe aanzette, de kerken de handschoen toe te werpen en te vragen naar wat voor die kerken de enige reden van hun bestaan was: Dat bewijs kon kan geen enkel theoloog leveren. Heel wat mensen wisten dit. Nu, profiterend van gunstige omstandigheden, werd het probleem openlijk gesteld. Pamfletten en gedichten—meestal naamloos— drukten de zekerheid uit, niet dat god dood was, maar dat hij niet bestond, met de logische gevolgtrekking, dat, wanneer de dood ons eenmaal bij de lurven heeft: Wanneer eenmaal ons lieflijk bloeien ophoudt, dan is dat voor altijd!

Want een geduchte kracht komt om ons uit te roeien: Wij keren voor altijd t'rug in de diepe staat waaruit natuur ons had verkozen, de zwarte nacht waarin de held verloren gaat tussen lafaard en trouweloze. Maar het probleem werd niet alleen gesteld: Eerbied voor het Heilige der Heiligen.

Wanneer Glaude Le Petit zich in zijn beschrijving van Parijs voorneemt: Want nu gaat alles door mijn zeef: Ik heb opzettelijk de woorden atheïsme en libertinage door elkaar gebruikt.

Of de libertijnen al of niet gelovig waren, heeft in de zeventiende eeuw zélf al heel wat inkt doen vloeien. De stap van het zich niet meer gebonden voelen aan een godsdienst naar atheïsme, schijnt in de zeventiende eeuw zelden gezet.

In een recente publikatie waar ik reeds naar verwees, Les libertins au XVIIe siècle van Antoine Adam, een uitstekend kenner van de zeventiende-eeuwse literatuur, wordt het probleem weer aangeboord.

Volgens Adam waren de werkelijk filosofisch gerichte libertijnen eigenlijk déisten. De fragmenten uit zijn bloemlezing overtuigen me niet helemaal. Vergeten wij niet, dat het bekennen van atheïsme—'t zij in privékring, 't zij in het openbaar— precies hetzelfde was als het signeren van het eigen doodvonnis.

Blasfemische uitspraken en atheïstische toespelingen waren meestal erg bedekt of naamloos. Atheïsten lijken mij minder geroepen tot het martelaarschap dan zij, die weten dat zij de eeuwigheid in Gods gelukzalig aanschijn zullen mogen doorbrengen. Bekende libertijnen als Des Barreaux zouden vroom gestorven zijn. Nu is de kerk handig in het opvissen van verloren zieltjes; aan de grote klok hangen dat die-en-die verdorven ziel op het laatste bed, oog in oog met god en alleen met de priester, nog terugkeerde tot de Ware Moederschoot, werkt steeds stichtend op de schapen.

Een nauwgezette lectuur van een groot aantal gedichten—vooral niet-priapische—heeft mij in mijn opvatting gesterkt, dat zij, die wij in de zeventiende eeuw 'libertijnen' noemen, overwegend atheïsten waren. Maar tot een nauwkeurige formulering van wat wij later de 'libre-pensée' zullen noemen, kwamen de libertijnen nog niet; de libertinage uit de zeventiende eeuw was een vaag begrip—een eerste poging tot concretisering van het scepticisme van de vrije geesten t.

De libertijnse geestesgesteldheid heeft men echter handig willen terugbrengen tot uitsluitend het tweede aspect van het atheïsme; het sociale; het scandaleuze.

De redenering was vrij eenvoudig: Wie niet leefde volgens de enige regels en wetten die deze wereld bewoonbaar maakten, was een wellusteling, was slecht. In het hoofd van de paters zat—zat?

Wie uitkraait dat de heer x een losbandig seksueel leven leidt omdat hij vieze versjes schrijft is verzekerd van het applaus van de weldenkenden; wedt op de meute. Voor pater Mersennus—bedoelde pater zullen we nog ontmoeten—was de enige reden dan ook waarom men atheïst werd: Het enige afdoende middel om van deze pest verlost te worden was voor de brave pater natuurlijk de brandstapel voor de atheïsten en de konfiskatie van hun goederen, ten voordele van de liefdadigheidsinstellingen van Helaas, heel wat atheïstische geschriften verschenen anoniem of waren van de hand van ongrijpbare onverlaten uit vorige eeuwen, zodat het duidelijk was, dat het allereerste voorschrift voor de bestrijding van het atheïstisch gevaar als volgt moest luiden: Alle prinsen, koningen, hertogen en andere wereldlijke gezagsdragers moeten helpen de adder te verpletteren.

Mersennus maakt het hun goed duidelijk, dat in een stevig georganiseerde staat vuil geschrijf geen schijn van kans mag krijgen. Van de jeugd uit het begin van de zeventiende eeuw werd gezegd, net als van de jeugd van nu, dat ze slechts de burgers wilde scandaliseren.

Hun libertijnse epigrammen en sonnetten, onder de roos doorgegeven of tot in in priapeeënbundels bijeengebracht, waren slechts bravourstukjes, in een moment van blufferij tijdens een van hun talloze orgieën neergeschreven.

Het aantal van deze kerels? Onbeduidend wordt telkens weer gezegd. Enkelingen, die samenkwamen 't zij in 'La pomme de Pin', in de 'Cormier', of in de 'Petit More', met als enig doel eens flink herrie te schoppen. Pater Mersennus oordeelde er in het heetste van zijn betoog anders over. Hij sprak van vijftigduizend atheïsten in Parijs, ' Het was dit nauw koppelen van een vooropgestelde 'slechte' levenswijze aan een filosofische houding, die veel begripsverwarring heeft gesticht.

De bestrijders van de filosofische richting hebben natuurlijk op die levenswijze de nadruk gelegd. Met afschuw en trillende stem over priapische literatuur preken was erg dankbaar. Daardoor wordt door veel lui het woord 'libertijn' ook nu nog met een knipoogje uitgesproken. Deze stelling innemen t. Natuurlijk zijn er onder de libertijnen wellustelingen geweest. Onder de gelovigen soms niet? Blijft de vraag, wat een 'liederlijk' leven is.

Een andere moraal beleven is noch 'liederlijk', noch 'heilig' leven. Strikt genomen gaat het persoonlijke leven van de libertijnen of gelovigen uit de zeventiende eeuw als ook uit de twintigste eeuw ons geen sikkepit aan. Als ik dan toch de levenswijze aanraak van de libertijnen uit de zeventiende eeuw is dit alleen maar om hen na Mersennus en Garassus zelf aan het woord te laten. Ik zet allereerst de getuigenissen naast elkaar van twee mensen die de priapee boven het burleske en obscene hebben weten te verheffen: Maynard en Motin Wispelturig van nature zijn de huwelijkse kuren mij een al te zware last.

Vrij leef ik en vol genoegen: D'r is geen mens van zuid tot noord die mij niet blameert en gispt, omdat in mijn vers elk woord rechtstreeks uit mijn ziel oprispt. Al wat blank is noem ik blank en mijn woord maakt vrij en frank alle bange dwang onveilig. Maar omdat Motin neerschrijft dat hij bij voorkeur in de taveerne slaapt, gebeurde dit nog niet, zomin trouwens als wij dat 'heilig leven' van Maynard moeten slikken. Er zit zeker een stuk opschepperij in de uitspraak van Motin en een toegeven aan wat de klant verwachtte in de priapeeënbundels; de uitspraak van Maynard is beslist niet van ironie gespeend.

Laten de dichters uit de zeventiende eeuw geen heiligen geweest zijn, dan is dit voor ons toch nog van geen belang bij het beoordelen van hun letterkundig werk. Veel dichters die wij als priapeeën-schrijvers tegenkomen hadden een behoorlijke eruditie achter zich die in hun ander werk sterker tot uiting komt , die alleen maar verworven kon zijn met hard werken, en die zeker niet opgedaan werd in de taveerne.

Deze algemene beschouwingen over de libertinage wil ik eindigen met enkele regels uit een gedicht van Francois Payot de Lignière, 1'Athée de Senlis, zoals hij genoemd werd. Al wat ik tot nu toe vertelde over de libertijnse geest was eigenlijk overbodig voor wie aandachtig deze tekst leest. De agressieve toon van Garassus en Mersennus komt er naast deze poëzie maar bekaaid af. Het lezen heeft mijn geestkracht wel zozeer vergroot dat ik niet, als veel andren, bang ben voor de dood.

En mijn geloof drukt niet als zware last op mij, want ik lach om scrupules en haat de veinzerij. Hoewel 'k niet dag en nacht op beide knieën zit en tot de blije schare in de hemel bid, meen ik niet dat mijn ziel daardoor is aangetast: Ofschoon ik driftig ben, ben 'k zacht en niet verwaand en als men mij berispt, dan ben ik zeer meegaand.

Ik heb met zorg mijn vriendenkring geselecteerd uit hen die moedig zijn, weetgierig of geleerd. Ik haat wie snoeft, wie neuswijs is of huichelachtig, maar de verdiensten van mijn vijand prijs ik krachtig. Ik voer niets uit. En zou men vragen met welk doel: Elk moet voor eigen zaken eigen redenen zoeken, die van mijn buurman zijn voor mij gesloten boeken. Wanneer hij mij bespot, lach ik in zijn gezicht: Op die manier leef ik en ik slaap voor en na nu eens met mijn Phyllis, dan weer met Sylvia.

Minziek ben ik geboren en dus kan ik geen nacht zonder het minnekozen en liefdes zoete kracht. Literaire tijdschriften en gloeiend kwade paters.

De libertijnse geest wordt uitstekend weerspiegeld in de priapeeënbundels die en vogue waren van tot Dit speciale genre, begonnen met La muse Folastre , in trek gekomen met Les Muses Gaillardes verdween 'officieel' met Le Parnasse des Poètes Satyriques , niet omdat de belangstelling voor dit soort geschriften verminderde, maar ten gevolge van de vervolging door de procureur-generaal Mathieu Molé op aanstoken van de jezuïetenpaters Garassus en Mersennus tegen Théophile de Viau ingezet.

Al de libertijnen ontmoet men in deze bundels niet: De filosofische, de echte libertijnse geest en theorie, dient men te zoeken in hun al of niet in de zeventiende eeuw gepubliceerd werk. De priapeeën-bundels zijn dus slechts één aspect van de libertinage. Het zijn nochtans deze bundels die uitgekozen werden om het proces tegen de libertijnen te voeren.

Pater Garassus was zich wel bewust van het gevaar dat in het groeiend succes van deze boekjes lag. Andere verzen die het libertinisme formuleerden waren misschien filosofisch beter gefundeerd, maar het bleef bij hersengymnastiek, die de massa halfslachtigen niet zo op de man af aansprak. Anders is het met de priapee: De priapee was van tot een Zij bracht het vergif onder een niet zo gauw merkbare mantel.

Het literaire leven speelde bij de leidende kringen van de zeventiende eeuw een grote rol. Gedichten, gesigneerd of anoniem, werden doorgegeven, gecommentarieerd en werden soms aanleiding tot hevige heibel, een duel of een flinke afrossing.

Enkele slimme uitgevers—Mathieu Guillemot, Toussaint du Bray, Antoine de Sommaville, Anthoine Estoc—kwamen op het idee de belangrijkste van deze gedichten te verzamelen, te bundelen en uit te geven. Het succes was enorm. Van tot telt de Franse literatuur zowat 'Recueils de poésies'. Zij bevatten een schat aan onuitputtelijk materiaal voor wie zowel de ideeën als de levensgewoonten uit die eeuw wil bestuderen.

In deze literaire tijdschriften avant la lettre, treffen wij goden als Corneille, Racine en Malherbe aan, naast dichters zonder betekenis. Het is in deze algemene vogue van de dichtbundel dat wij de priapeeënbundels moeten zien, die van tot het literaire leven kwamen opvrolijken.

Voor het eerst in de Franse literatuur worden priapeeën uit het 'gewone' werk van de auteurs gelicht en gebundeld niet zelden van reeds overleden dichters als bv. Ronsard ; allerlei auteurs, vnl. De meest gewaagde priapeeën nochtans, die bijvoorbeeld zonder omwegen sodomie in de zeventiende eeuw een verzamelwoord voor homofilie, pederasterij, anale coïtus enz Deze priapeeën zijn tot ons gekomen in manuscript. Dit betekent niet dat zij niet gelezen werden.

Zij gingen zeker van hand tot hand; hun auteur was bekend bij de ingewijden. De fameuze Quatrains du Déiste bv. Geen enkele drukker, uitgever of auteur wou zelfs in deze bloeiperiode van de priapee zijn naam verbinden aan te sterk uitgesproken atheïstische ideeën.

Nog altijd was het publiceren van een geschrift afhankelijk van een koninklijk privilege. Nu was de censuur onder Hendrik IV , onder het regentschap van Maria de Medici en gedurende de eerste jaren van de regering van Lodewijk XIII erg breed—tenminste wat betreft het erotisch realisme. Zelfs over bundels, zoals La Muse Folastre die zonder privilege verschenen, werd weinig drukte gemaakt door het wereldlijk gezag.

Bovendien werden de belangrijkste bundels door de uitgever voorzien van een handig voorwoord, waarin hij vertelde, dat de zedenschildering niet gegeven werd om te imiteren, maar 'om afschuw op te wekken'. In de inleiding van Le Cabinet Satyrique lezen wij ook de volgende curieuze opmerking: Toch beginnen zij pas na tegen de priapeeën-bundels, die niet speciaal driester in hun uitlatingen geworden waren, in het geweer te komen.

En zoals reeds opgemerkt, is het in met de publikatie van priapeeënbundels gedaan. Dit zal duidelijker worden, wanneer wij de belangrijkste bundels chronologisch nalopen.

Tussen haakjes de herdrukken. La Muse Folastre , , , , Voornamelijk de Pléiade-auteurs en de grote satirendichter Mathurin Régnier werden hierin afgedrukt. Als directe voorloper van deze bundel moet men Ronsards Livret de Folastrie noemen. Vandaar ook dat mijn bloemlezing met enkele Pléiadegrootheden aanvangt.

Ik wees reeds op de heidense geest van hun werk. De Brigade van Ronsard is trouwens de enige dichterschool die de priapee in een lyrisch kleedje gestoken heeft.

Le Labyrinthe d'Amour Le Labyrinthe de Récréation. Les Muses Inconnues , Le Sandrin ou Verd Galand. Les Muses Gaillardes , , Supplement aux Satyres de Régnier , , , De herdruk van was speciaal bedoeld om het proces Viau te beïnvloeden. Supplement aux Bigarrures d'Estienne Tabouret.

Met deze bundel begint de grote serie priapeeënbundels die door Anthoine Estoc bezorgd werden. Recueil des plus excellans vers satyriques de ce temps Le Cabinet Satyrique , , , , Dit is eigenlijk dezelfde bundel als de vorige maar onder een andere naam—en uitgebreider—op de markt gebracht.

De voornaamste medewerkers waren Sigogne, Berthelot, Motin, Régnier Het is het samentreffen van deze namen o. Daarmee wordt niet alleen hun werk bedoeld, maar vooral hun compagnonschap—alhoewel verscheidene dichters van deze 'literaire school' ofwel elkaar niet eens kenden te veel leeftijdsverschil , ofwel gezworen vijanden waren o.

Sigogne en Motin; Berthelot en Maynard. Het succes van Le Cabinet Satyrique was groot, vooral na de tweede druk van had het 't lezerspubliek veroverd. Allerlei godsdienstige kringen beginnen te morren en dit morren groeide uit tot een storm bij Les Délices Satyriques , om een tornado te worden bij het verschijnen van Le Parnasse des Poètes Satyriques , meestal kortweg Le Parnasse Satyrique genoemd.

De orkestleiders van dit Kuise Koor der Morele Herbewapeners van de zeventiende eeuw waren de jezuïeten. Wie enigszins vertrouwd is met avonturen van de jezuïeten gedurende het eerste kwart van de zeventiende eeuw, begrijpt waarom die reactie van hun kant zolang uitgebleven is en waarom zij zulke afmetingen aannam.

Gesticht om de voorschriften van het Concilie van Trente kracht bij te zetten, was de orde van de jezuïeten het voornaamste wapen van de Contrareformatie. Hun beginsel 'Als de kerk verklaart dat iets dat wij wit zien, zwart is, dan moeten wij onmiddellijk verklaren dat het zwart is' duidt op een volledige onderwerping aan de politiek van het Vaticaan. Als politiek ongewensten werden zij dan ook door Hendrik IV op aandrang van het Parlement in uit Frankrijk verbannen.

Van die dag af begon een harde strijd van de jezuïeten tegen het parlement en de universiteit, niet alleen om naar het 'geliefde vaderland' te mogen terugkeren sinds , maar vooral om hun scholen weer te mogen openen. Maria de Médicis geeft hun in toestemming om de cursussen in hun beroemde college de Clermont weer te beginnen. Dit gebeurt niet van de ene dag op de andere, want parlement en universiteit blijven zich verzetten.

Zij moeten natuurlijk op het laatst toch het hoofd in de schoot leggen Kortom, de Compagnie van Jezus betekende rond de jaren weer heel wat. Zij wensten een sterk georganiseerde kerk, gesteund door en samenwerkend met een sterk georganiseerd staatsgezag. Iedere vorm van anti-conformisme moest radicaal uitgeroeid worden. Door het 'recht' van censuur op erotische geschriften, wordt automatisch het 'recht' van censuur tout court gecanoniseerd.

Van deze bundel is slechts één exemplaar bekend destijds in het bezit van Pierre Louys omdat Anthoine Estoc de hele oplage opgeofferd heeft. De voornaamste medewerker aan dit nummer was nl.

Théophile de Viau 6 , boven wiens arme hoofd het onweer zich samentrok. Nu zijn de priapeeën van Théophile inderdaad scherp. Als zuiver klassiek dichtwerk hebben ze—op enkele uitzonderingen na—nauwelijks bestaansrecht naast de priapeeën van Maynard.

Toch zit er in zijn werk een heidense toon, die ons doet denken aan enkele gedichten van Ronsard zie bv.

Wat men Garassus ook aan kortzichtigheid verwijten mag, hij heeft beslist de heidense toon van Viau's dichtwerk aangevoeld. Net als Maynard zet Viau aan tot het genieten van het leven. Maar er is onmiskenbaar iets zwoels aan Viau's verzen, dat we bij Maynard missen. Ik zou het zo zeggen: Maynard nodigt ons uit tot gezond—zij het overvloedig—seksueel verkeer; Viau nodigt uit tot uitspatting en—o, gevaarlijk woord—tot liederlijkheid.

Ook in het beschrijven van afgetakelde lichamen door ziekte—vooral venerische—of door ouderdom komt er bij Viau een haast sadistisch genoegen tussen de regels gluren. Bij andere priapeeëndichters is dit alles gemoedelijker, meer op afstand. Toch werd Théonhile niet hierom het zwarte schaap. De jezuïeten wilden zijn hoofd, omdat hij min of meer het bendehoofd was van de Jeunesse dorée die zich verenigde in de Pomme de Pin, zich geschaard had rond Gaston d'Orléans en zich verbonden had met Henri de Montmorency, een van de belangrijkste edellieden van het koninkrijk later door Richelieu onthoofd.

De ingewikkelde en zuiver politieke achtergronden van het Viau-proces, nl. De sleutelroman van Sorel , Vraye histoire comique de Francion , herschept uitstekend het klimaat van deze libertijnen tussen en De invloed van deze Viau-groep was groot en hun ideeën werden met instemming ontvangen door een jeugd die zich meer en meer wou losscheuren van de principes die de basis vormden van het koningschap en de kerk.

Het proces van is dan ook niet plots op het hoofd van Viau gevallen. In dit jaar , bij het verschijnen van Les délices Satyriques , had hij al moeten vluchten in verband met zijn weinig stichtelijke geschriften. Het aantal libertijnen—geestelijk gesteund door de libertijnse publikaties bij uitstek, de priapeeënbundels—nam steeds toe, zowel bij de adel als bij de geestelijkheid als bij het volk. Twee jezuïetenpaters besloten daarom de koe bij de horens te vatten: Pater Garassus terroriseerde Théophile en de moderne libertijnen; pater Mersennus bestreed het 'filosofisch' atheïsme.

Pater Mersennus zette zich aan het werk en stelde in een merkwaardig belachelijk boek een onderzoek in naar de atheïstische geschriften uit alle tijden die de ware christenen van het goede pad aflokten. Dit was nodig, want' Na het verschijnen in van Le Parnasse Satyrique —de laatste van de priapeeënbundels—zal Garassus op zijn beurt pas goed uit zijn slof schieten: Wanneer wij nu met onze twintigste-eeuwse mentaliteit de Parnasse Satyrique lezen, kunnen wij moeilijk begrijpen dat deze gedichten zulk een storm van verontwaardiging deden ontstaan.

Een vervelend gedicht van Mellin de Saint Gelais bijvoorbeeld, dat in het proces tegen Viau als een bezwarend stuk door de procureur Molé werd aangevoerd, kunnen wij slechts met veel inspanning doorworstelen: Sint Augustinus die een vrouwe voorlicht, zegt dat in liefde de ziel van onze ziel ligt. Een eindeloze reeks heiligen komt dan, ieder op zijn manier, het aardse leven en de aardse liefde verheerlijken, niet eens zo heel erg 'realistisch'. Het gedicht eindigt met dit slotakkoord: Waar heiligen de liefde saam bedreven, is er voor ons—dunkt mij—geen beter streven.

Théophile heeft echter de meeste van de aan hem toegewezen gedichten niet als zijn geesteskinderen willen erkennen. Hij verwierp openlijk de hele Parnasse Satyrique en deze bekeerde protestant werd op slag devoot als een non. Pater Garassus moest echter zijn huid hebben; hij was immers de beschermeling van heel wat invloedrijke heren uit parlement en universiteit. In werd onder de roos zelfs een nieuwe druk verspreid van Le Parnasse Satyrique die, zoals de drie herdrukken van , waarschijnlijk door vijanden van Théophile in omloop werden gebracht.

In de negentiende eeuw vond de herdruk van nog steeds geen genade: Anno is in het Frankrijk van de Gaulle het in de handel brengen van dezelfde onschuldige versjes al even ondenkbaar. Garassus kreeg zijn zin: Frénicle, Golletet, Berthelot en Théophile. Men kreeg helaas geen enkele van de beschuldigden te pakken, Berthelot was reeds dood sinds ! Bij verstek van mensenvlees werd daarop een pop openbaar verbrand. Nadien werd hij toch bij de lurven gevat en een tweede proces Théophile de Viau werd in geopend.

Deze keer zat de beschuldigde wél op het bankje. Het proces borrelde thans vooral duidelijk buiten de priapeeën alleen. Théophile verbranden was —symbolisch—atheïsme, libertinage en de vrije gedachte uitroeien. Daarbij werd het een politiek proces van de jezuïeten tégen de universiteit, tégen het parlement en zelfs tégen Lodewijk XIII die nog steeds een hand boven het hoofd van de zondaar hield. Het is dan ook dankzij deze uitzonderlijke toestand, dat Théophile de vuurdans ontsprong: Hij stierf een jaar later.

De weerslag van dit proces was ongemeen groot. Pamfletten, gedichten en polemieken overstroomden Parijs. Zelfs het gewone volk was in het proces geïnteresseerd: Pierre Lachèvre heeft in een meer dan merkwaardig werk al de stukken die betrekking hebben op het proces bijeengebracht. Het levenswerk van deze erudiet—een twaalftal boekpublikaties—is de bron waaruit alle literatuurspecialisten van de zeventiende eeuw putten. Zijn Le libertinage devant le Parlement de Paris , dat nochtans slechts bestaat uit de publikatie van dossierstukken, is uitermate boeiend.

Ik geloof niet, dat er ooit een literair proces zoveel hartstochten heeft losgeslagen of zoveel inkt heeft doen vloeien.

Met de nodige reserve dacht ik bij de lectuur van de twee dikke turven van Lachèvre telkens aan het proces tegen Oscar Wilde. Door het proces was de invloed van Théophile op de volgende generatie veel groter dan verantwoord. Zonder Garassus, Mersennus en de procureur-generaal Molé was hij waarschijnlijk een totaal vergeten figuur geworden, want alléén het proces en niet zijn filosofie of zijn literair talent heeft hem beroemd gemaakt.

Van tot zullen zijn werken zeventig uitgaven beleven; behoorlijk verminkt trouwens, opdat de Franse maagden niet zouden blozen. Ondanks de gedeeltelijke mislukking van dit proces—in de ogen van Garassus geheel—blijft toch onbetwistbaar de belangrijkste datum in de geschiedenis van de Westeuropese censuur en de onderdrukking van de libertinage in Frankrijk. Ten eerste is dit proces aanleiding geweest tot het stichten van de 'Compagnie du Saint-Sacrement', een vereniging van geestelijke en niet-geestelijke zieledrijvers, die meer dan een halve eeuw een onderhandse maar hardnekkige strijd zou voeren tegen de obscene literatuur, dit om huis en hof te verdedigen in de geest van de Goede Zeden.

De parallel met de hedendaagse 'Vice Society' een machtig genootschap tot beteugeling der zonde en het stimuleren van de openbare zedelijkheid in Amerika of de identieke r. Volkwartbund in West-Duitsland is treffend. Voor meer details verwijs ik naar het voortreffelijke De lagere hartstochten van Jacques den Haan. De resultaten van deze met wijwater gewassen strijders bleven niet uit: Hoe fameus het Bordel des Muse s van Claude Le Petit ook was, het werd toch pas 6 jaar na zijn dood in het buitenland gedrukt.

Samen met zijn Paris ridicule was het desondanks een van de Parijse successen, alhoewel uitsluitend in handschrift verspreid en onder de roos. Waarschijnlijk was de auteur wel vrij algemeen bekend. Bij de jezuïeten had hij zeker kwaad bloed gezet door over hen te schrijven: Waarom toch staan zij zelfvoldaan als Pedagogen in het leven, die kleine kindren naaien gaan? Waarop Claude Le Petit alle voor de hand liggende antwoorden —politiek, godsdienst, hoogmoed, geld,—afwijst om te besluiten: Wat men ook zegt, ik blijf erbij  —en dat zeg ik niet zonder grond—  't is pure peder'asterij!

Wat hen misschien nog meer getroffen heeft dan: Als niet de pij de monnik maakt,  maakt ook het kwaad de zondaar niet. In het goed én in het kwaad  altijd schaadt de overdaad: Enkele gedichten in Claudes handschrift vielen in echter in handen van propagandisten van de 'Compagnie du Saint Sacrement': CGlaudes billen waren gebakken.

Op 1 september lezen wij in het dagboek van zijn vriend Francois Colletet: Hij werd verbrand omdat hij het boek Le Bordel des Muses gemaakt had, alsook L'Apologie de Chausson , Le Moyne Renié en andere opstellen in vers en proza vol smaad en blasfemie voor de eer van God, de Maagd en de Staat had geschreven. Hij was 23 jaar en werd betreurd door de eerlijke lui, wegens zijn intelligentie die hij had moeten aanwenden voor het schrijven van waardiger dingen. Maar zoals ik reeds opmerkte, niet alleen de brandstapels rookten: Zij kregen geen privileges meer.

Drukten zij toch in Leiden bv. Ofwel werd rond hun werk een muur van stilzwijgen opgetrokken ofwel werd het zodanig verminkt, dat het voor de goede zeden—en de vrije gedachte! Wanneer wij de geestesprodukten van enkele bekende libertijnen onder de loep nemen, wordt dit vrij vlug duidelijk: Deze gebochelde atheïst—die het overigens tot aalmoezenier van de koning zou brengen! Baron de Blot rond Zijn verzen werden pas in door Lachèvre voor het eerst gedrukt.

Rond de helft van de zeventiende eeuw hadden versjes van hem als: Heren, hoor nog dit woord  voor ik mijn stem ga doven: Gyrano de Bergerac Deze eerste druk—en de volgende dertien drukken— werd bovendien ingrijpend van alle niet-orthodoxe uitlatingen gezuiverd. Jean Dehénault ± ? Het boek bleef onverkocht.

Madame Deshoulières Hij schreef heel wat meer. Zijn blasfemische, atheïstische houding was algemeen bekend. Het prototype was echter wel Le président Maynard Na de priapeeën die hij in de belangrijkste priapeeën-bundels had laten verschijnen, was het na het Viau-proces bij hem als priapeeënschrijver: Louis Perceau heeft in de twintigste eeuw zijn belangrijkste priapeeën voor het eerst gedrukt.

Zij voelden bovendien de onmacht om tegen de berg van misverstand en onverdraagzaamheid op te tornen. Maynard heeft na zelfs toenadering en hulp gezocht bij Garassus—dit althans wordt door Perceau vooropgesteld.

Ik kan hem niet verwijten, dat hij zijn hachje niet gewaagd heeft om openlijk op het forum zijn denkbeelden te gaan uitventen. In zijn onmiddellijke omgeving heeft hij beslist de ware broeders wakker gehouden; de geesten die met zijn vruchtbare, 'besmettelijke' denkbeelden in aanraking kwamen, zullen aan hun lot niet ontsnapt zijn. Hij spreekt ons daarvoor ook nu nog te sterk aan. Hij is een verdediger van het individualisme, met daarbij een haast modern gevoel voor de betrekkelijkheid van alle dingen.

Maynard weet afstand te nemen van zijn onderwerp, zoals hij afstand weet te nemen van de kerk, van de heersende moraal. Hij is een tijdgenoot. Zijn verzen zijn misschien niet zo zwierig als die van Ronsard; zijn niet zo af, klassiek als die van Malherbe, maar achter de woorden gaat een vent schuil, die bv.

Met een glimlach op de lippen kijkt hij neer op kleinmenselijke hypocrisie: Ik hoor al hoe de geestelijkheid die heel ons leven censureert verklaart dat ik geperverteerd mijn verzen schrijf vol schaamt'loosheid. Mijn vers randt eer en kuisheid aan, dus roept men dat het Vaticaan  mij met zijn banvloek treffen moet.

Ik lach erom en zeg slechts dit: En met een grote dosis humor, zonder woordsadist te worden, spuit hij zijn scabreuze woordenschat om de hypocriete haren te berge te doen rijzen, net zoals in onze literatuur L. Boon in zijn De Kapellekensbaan spottende bladzijden op het thema 'kloten' heeft geborduurd. Zij voelden zich geruggesteund door een behoorlijke dosis eruditie, achtten zich boven het vulgaire verheven en ontmoetten elkaar onder leiding van Gassendi bij de gebroeders Dupuy.

Zij cultiveerden er de geest van Montaigne en Charron. Zij aanvaardden de staatsgodsdienst en -wetten. Zij onderwierpen zich—zij het met ironische monkeling—aan de wetten van de censuur. Het proces van Viau had hun de schrik om het hart doen slaan. Zij traden niet, als hun opvolgers uit de achttiende eeuw, actief op.

Hun betekenis als fakkeldrager van de vrije gedachte is echter onbetwistbaar. Het is geen toeval, dat vanaf , het jaar van de jacht op de priapeeëndichters, het autoritaire regime zich in Frankrijk heeft gevestigd. Jacques den Haan, in zijn reeds geciteerd werk, heeft duidelijk de banden aangetoond tussen censuur, seksualiteit, kerk en fascisme.

Tot slot haal ik de Kronhausens aan in hun eveneens reeds geciteerd werk: Inderdaad ligt de gedachte, dat bepaalde woorden slecht of gevaarlijk zijn, dat zij eenvoudig niet kunnen of mogen gebruikt worden, ten grondslag aan heel wat pogingen om de vrije uiting te beperken, niet alleen van woorden, maar ook van denkbeelden in woord en geschrift.

In verband met de priapeeën heb ik tot nog toe steeds over 'erotisch-realisme' gesproken. De Kronhausens zetten erotisch-realisme naast pornografie. Ik verwijs naar hun boek voor een nauwkeurige omschrijving van deze termen.

In afwachting van een nog nauwkeuriger begripsbepaling, dienen wij, meen ik, hun termen te aanvaarden en algemeen te gebruiken bij de beoordeling van literair werk waar Priapus in rondscharrelt. In de volgende bladzijden wil ik de belangrijkste onderwerpen bespreken die de zeventiende-eeuwse dichters in hun priapeeën betrokken hebben. Dit thematologisch onderzoek is doel op zichzelf. Ik ontrafel deze gedichten dus niet om te bewijzen dat zij geen pornografie zijn.

Voor mij zijn—de meeste althans— dit niet. Het kan me trouwens niet schelen of Jan Publiek de priapeeën toch als pornografie wil doodverven. Ik zal de lectuur ervan daarom niet staken.

Zomin als ik voor wie-dan-ook de lectuur van pornografie zou laten. Ik lees geen pornografie omdat die meestal onbenullig is, vervelend, flauw. Pornografische boeken staan niet in mijn boekenrekken om dezelfde reden waarom Courts-Mahler er geen onderkomen gevonden heeft.

Dat is de enige, en m. Priapeeënbundels uit de zeventiende eeuw tref je er wel aan, omdat de priapeeën zoals Maynard zegt, deze kwaliteit tonen: Al wat blank is noem ik blank  en mijn woord maakt vrij en frank  alle bange dwang onveilig.

En dan knijp ik er mijn ogen niet voor toe, dat de auteur niet onder stoelen of banken steekt, dat hij soms een van de zuiver pornografische doelen nastreeft: En leest u in dit boek tezamen eens 'n blad  dan naait u dra daarna tot u bent afgemat,  want deze verzen wulps, zijn lonten in uw kruitvat.

Hebt u vandaag nog niet genaaid  dan geeft dit vers u daarin zin. De pijlers van de pornografie, van de echte obscene literatuur, zoals het defloratie-thema, orgieën, voyeurisme, sadisme, flagellatie en incest ontbreken echter totaal in de zeventiende-eeuwse priapeeën. De Pléiade-dichters wijzen wel eens op de incestueuze betrekkingen van de goden uit de klassieke oudheid; maar dit dan slechts om de vraag te kunnen stellen, waarom wij stervelingen geen veelvuldig seksueel verkeer mogen hebben mét plezier, als de goden zich niet ontzien met broer, vader of zus naar bed te gaan.

Maar dit heeft niets uitstaande met het beschrijven van de seksuele handelingen zélf. Waarom het incest-thema, zelf anekdotisch, ontbreekt, blijft voor mij een open vraag. Waarschijnlijk kwamen incestueuze verhoudingen bijna niet voor. Alleszins lag de gezinsstructuur geheel anders dan nu. In het gezin van de hogere en gemiddelde burgerij ging het kind vanaf de geboorte naar een min en indien het in leven bleef kwam het slechts voor enkele jaren terug naar huis om vanaf het tiende levensjaar in de leer te gaan, als hulp uitbesteed te worden, als page dienst te doen etc De relaties tussen de gezinsleden waren daardoor ook anders: Door het hogere sterftecijfer vaak daardoor ook een tweede, derde huwelijk enz Een andere seksuele afwijking, als nekrofilie, heb ik één enkele maal aangetroffen bij Berthelot.

Ik trok mijn lustelaar—'k had lang genoeg gerouwd—  betastte en bestreelde die met kalme slag,  sproeide zoet vocht op het karkas Het gedicht is echter zodanig met zwarte humor vermengd, dat we dit moeilijk als een klinisch geval kunnen voorschotelen. Ook op de zwangerschap wordt zelden gezinspeeld. Toch lezen wij hier en daar, zoals bij Amadis Jamyn: Elk zegt dat er geen vrouw zo vruchtbaar is als jij  en dat je onder 't hart altijd een kindje draagt.

Maar dergelijke voorbeelden zijn vrij schaars. Zij die de priapeeën toch bij de pornografie willen klasseren, zullen hierover bedenkelijk de wenkbrauwen fronsen. In de pornografie wordt nl. Alhoewel ik dan toch weer Saint-Pavin kan aanhalen, die aanzet tot anale coïtus, want: De jonge rozen van je wangen hernemen dan de felle tint, die je verloor in zwangerschappen. In de allervroegste middeleeuwen was het normaal, dat het voorstel tot het liefdesspel uitging van de vrouw: Kom neem mij toch, gij ridder frank en fier: In de zeventiende eeuw was zoiets—voor de officiële moraal-code—al lang ondenkbaar geworden.

Maar voorschriften dekken niet altijd de realiteit. Dat is dan ook een botje dat de pria-peeënschrijvers met genoegen afkluiven. Deze vorm van hypocrisie is een onderwerp dat alle priapeeënschrijvers aangeroerd hebben.

De hartstocht en drang tot seksueel verkeer, wordt zowel de vrouwen als de mannen aangewreven, niettegenstaande alle uiterlijke schijn van het tegendeel. U zweert dat u aan 't wulps festijn  geen prikkelend plezier beleeft. Ik weet, Pierret, dat u zich geeft  en naaien laat voor 'n flesje wijn. De liefde zet u nooit in brand,  dat zegt u, schone wilde vrouw. O, als uw kruis eens spreken zou  dan zette het uw mond te schand.

In de priapeeën duikt telkens weer de bewering op, dat vrouwen nooit te bevredigen zijn, hoe de man zich ook inspant of uitput. In hoeverre dit overeenkomt met de heimelijke wensen van de mannen, dat de vrouwen even seksueel-geobsedeerd zouden moeten zijn als zijzelf, doet hier niets ter zake. Wel drukt het een opvatting uit die in strijd was met de algemeen gangbare mening, zoals die trouwens door de liefdespoëzie geconsacreerd was.

De priapeeën zijn misschien wel kras van uitdrukking maar één eigenschap hebben zij in elk geval: Wat de cultuurhistorie betreft, zijn zij beslist een ware en waardevolle bron van inlichtingen voor de studie van de seksuele moraal en de seksuele realiteit in de zeventiende eeuw.

Wij kunnen na honderden priapeeën gelezen te hebben ons moeilijk aan de indruk onttrekken dat heel wat uit de Kinseyrapporten niet alleen geldig is ook voor het Europa van de twintigste, maar eveneens voor het Europa van de zeventiende eeuw! Een anoniem dichter uit Le Cabinet Satyrique zegt haast met een spreekwoord: Moet u een klok aan 't lopen hou'en,  bevredigen een jonge vrouwe,  een oud bouwwerk herstellen gaan?

U vangt steeds weer van voor af aan. Wie luistert naar vrouw en pastoor  loopt kans dat hij het leven laat,  want d'ene staat onthouding voor  en als ie slaapt is d'ander kwaad.

Sieur de la Porte hekelt de hypocriete houding van de vrouwen die zich afwijzend tonen en de gechoqueerde spelen: Maar nooit, nee nooit bent u bevredigd,  al geeft men honderd maal zijn Lid! Al naait men u ook zeven maal  u vindt het een armzalig maal.

De vrouwen eisen dan ook dat het liefdesspel steeds weer opnieuw begint, vertelt Saint-Pavin: Jeanet wou weer van voren af aan  en prikkelde mijn Lid tot staan. En bij Berthelot vragen de vrouwen of hun voor een of ander vergrijp gestrafte mannen niet gecastreerd hoeven te worden: Opdat zij die niet schuldig zijn  geen zware straf hoeven te dulden.

Vele priapeeëndichters menen ook, dat al dat geklets over liefde bij de vrouwen niet in zulke goede aarde valt als wel eens beweerd wordt, of zoals Ghanoine Maucroix dicht: Je komt ze snel in 't kruis,  maar niet zo snel in 't hart. Dit in tegenstelling tot zijn vriend Jean de la Fontaine: Maar, Amarillis, mijn geliefde: Wat Maucroix er niet van weerhoudt de volgende raad aan een onfortuinlijke vriend te geven: Waarom klaag jij toch steen en been dat je in 't heden om je heen de vrouwen steeds verveelder ziet?

Begrijp je niet hoe dat ontstaat? Jij babbelt tegen ze en praat, maar 'n praatje vult hun gaatje niet En dan nog wel, zoals een onbekend dichter door een dame laat zeggen: Ik doe het alle dagen: Waarmee trouwens een zin geciteerd wordt die voor de 'gangbare mening' zeer onthullend is; tot in de achttiende eeuw blijft nl.

Soms wordt het zo erg, dat Guillaume Colletet een sonnet schrijft Sur le desdain, waarin hij zijn tevredenheid uitdrukt dat hij van zijn maitresse verlost is, want: Bij haar had ik—gevangene van 't zoetste spel— het allerzwaarste werk: Mijn Lid hangt lam terneer  —Mevrouw—hij kan niet meer.

Wiens schuld is dat? Meedogenloos van zin  hebt u hem als 'vriendin'  zijn ziel uit laten spuwen! Als een correctie hierop beklaagt een onbekend dichter in Le Parnasse Satyrique zich ook wel eens over frigiditeit: Nog nooit zag ik een vrouw zo koud,  niemand gelooft dit voor hij 't ziet: Nauw in verband hiermee staat natuurlijk de spot met deugd en devotie, twee begrippen die meestal samengaan Viau: Die kwezelige, kwaaie kat: Ronsard maakt zich in een lang gedicht razend kwaad op een oude devote vrouw, die zijn liefje bewerkt om de liefde te ontvluchten en maagd te blijven, want: Hebben de heiligen hun ziel  soms met het liefdesspel gered?

Wijze woorden, die het meisje goed in de oren knoopt, en wel zo dat galante Pierre het volgende moet verduren: Ik nam haar boezem onder handen Toen beet zij met haar scherpe tanden  mijn aangezicht tot bloedens toe! Ik zou nog liever sterven  dan jou toestaan mij te bederven! En ik moet al sinds zeven dagen  de stijfheid van mijn Lid verdragen,  dat zinloos rood, klaar voor de strijd  alleen mijn hemd en wambuis slijt. Maar honderd duivels wens 'k de preekster  die zó mijn lief verkwezeld heeft!

Niet alleen Ronsard neemt de devotie op de korrel; ook Lafontaine verheerlijkt het 'foutre': Voor preken van de zedigheid heeft een heet kruis bepaald geen oren.

Want al uw woorden blijven schijn: Voor Motin is deugdzaamheid één ding, seksualiteit een ander. Als wij zin in seksuele betrekkingen hebben, waarom zouden wij het laten? Ik zeg je hierbij kort en goed  dat jij en ik slechts dingen doen,  die elke vrouw van goed fatsoen  binnenshuis met haar vrienden doet. Als wij de deugd aldus benaderen,  wordt daarmee duidelijk onderschreven  dat wij dit leven slechts beleven  dankzij het naaien onzer vaderen.

Nee, u hebt welgedaan; want hoe men 't keert of draait,  wanneer de wellust wenkt, kan éér ons niet vermaken. Ontvliedt dus eer en deugd, het zijn perverse zaken  zodra het zingenot zijn hitte in ons zaait.

Régnier zegt ditzelfde aldus: Naai dan toch liefjes, naai! De deugdzaamheid is loze praat: Trouwens, het is erg makkelijk deugdzaam te leven, als men te oud is of te lelijk om nog ondeugdzaam te zijn. Als de druiven te zuur zijn, wordt men deugdzaam uit rancune; Berthelot zegt van een vrouw die zich op haar maagdelijkheid beroemt: Deugdzaamheid en devotie is vaak slechts een façade, die andere ondeugden verbergt:

20 EURO NEUKEN GELE KUT